Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 3VMBO |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Woorden: | 1149 |
Opvragingen: | 109 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (81 stemmen)
Laatst gewijzigd op 21 jun 2004
Hoofdstuk 1: Hoe verschillen woonomstandigheden?
Bij het beschrijven van woningen let je op:
Woningtype (eengezins- of meergezinshuizen)
Eigendom (koop- of huurhuizen)
Kwaliteit
Grootte
Woonomgeving: het gebied waar je huis staat.
Bij een beschrijving van je woonomgeving kun je letten op:
Verschil tussen bebouwd en onbebouwd gebied
De verkeerssituatie
Het soort voorzieningen
De samenstelling van de bevolking
Bevolkingskenmerken die invloed hebben op de woonomgeving zijn:
Samenstelling naar leeftijd en geslacht
Het soort werk dat mensen doen
Culturele kenmerken
Welvaart: de rijkdom van mensen.
Cultuur: de gewoonten en gebruiken van mensen.
Leefbare omgeving: als een gebied voor de bewoners aantrekkelijk is om in te leven.
De leefbaarheid hangt af van:
De inrichting
De manier waarop men met de ruimte omgaat.
Bevolkingspiramide: een grafiek met gegevens over de leeftijden en geslacht.
Wijk: een deel van een stad of dorp.
Buurt: een kleiner deel van een wijk.
Vier soorten woonwijken:
Oude woonwijken
Tuinwijken
Flatwijken
Nieuwe woonwijken
Verschillen tussen wijken zie je door te letten op vijf kenmerken:
Woningdichtheid
Aantal bouwlagen
Oppervlakte groen
Het stratenpatroon
De parkeerruimte
Stedelijke gebieden: dichterbevolkt, met veel meer bebouwd gebied, er is veel verkeer, er zijn veel voorzieningen en er is veel werk.
Landelijke gebieden: dunbevolkt, er zijn minder voorzieningen, er is meer open ruimte voor landbouw en natuur.
Herinrichting: de verandering van de inrichting.
De meeste wijken zijn aan twee dingen te herkennen:
De functie van de wijk
(bijv. woonwijken, winkelwijken, fabriekswijken enz.)
De begrenzing
Randstad: grootste stedelijk gebied van Nederland.
Groene hart: een groene zone met veel landbouw en natuur.
Hoofdstuk 2: Is de gezondheidstoestand overal gelijk?
Om de gezondheidstoestand van landen en gebieden te vergelijken kijken we naar drie kenmerken:
Gemiddelde levensverwachting
Sterftecijfer
Zuigelingensterfte
Gemiddelde levensverwachting: het gemiddelde aantal jaren dat iemand nog te leven heeft.
Sterftecijfer: het aantal sterftegevallen in een gebied per 1000 inwoners per jaar.
Zuigelingensterfte: de sterfte per 1000 levendgeborenen in het eerste levensjaar.
De gezondheidstoestand in stedelijke en landelijke gebieden verschilt weinig.
Medische hulp en veilig drinkwater vind je overal in Nederland.
Verschillen in de gezondheidstoestand hebben te maken met:
Leeftijd
Werk
Manier van leven
Woongebied
Bevolkingsdichtheid: het gemiddelde aantal inwoners per km2.
De levensverwachting in Turkije is vrij hoog.
Het sterftecijfer is laag en de zuigelingensterfte is hoog.
Binnen Turkije verschilt de gezondheidstoestand tussen stad en platteland, het westen en het oosten en binnen steden tussen luxe en zelfbouwwijken.
Drie verschillen in de gezondheidstoestand in Turkije:
Verschil stad platteland
Verschil westen oosten
Verschillen binnen de stad
Gecekondu: zo heten de zelfbouwwijken in Turkije.
De gezondheidstoestand in Turkije is minder goed dan de gezondheidstoestand in Nederland. Door de jonge bevolking heeft Turkije een lager sterftecijfer.
Zuigeling: een baby.
In een land met een slechte gezondheidstoestand sterven veel babys. In zon land worden lang niet alle babys ingeλnt. Daardoor worden ze sneller ziek.
Bij het klaarmaken van eten is water nodig. Als het drinkwater niet veilig is, worden babys sneller ziek.
Als een baby ziek is, ga je naar een dokter. Maar niet elk land heeft even veel doktoren en ziekenhuizen. Ook kunnen lang niet alle mensen hulp betalen.
In Turkije zijn de verschillen in gezondheid veel groter dan in bijv. Nederland. Dit komt doordt Turkije een veel groter land is. En ook veel minder rijk dan Nederland. Daardoor zijn niet alle huizen aangesloten op riolering of drinkwaterleiding. En er zijn gemiddeld ook minder doktoren.
In arme gebieden is de gezondheidstoestand dan ook slechter. Dit geldt voor zelfbouwwijken, het platteland en het oosten van Turkije.
Met welke drie kenmerken beschrijf je de gezondheidstoestand van een land of gebied?
Gemiddelde levensverwachting
Sterftecijfer
Zuigelingensterfte
Drie groepen kenmerken hebben invloed op de gezondheidstoestand:
Sociaal-economische kenmerken (let op, inkomen, opleiding en beroep)
Demografische kenmerken (leeftijd van de bevolking)
Woon- en leefomstandigheden (veilig drinkwater, riolering en afvalverwerking)
Demografie: je beschrijft uit welke groepen een bevolking is samengesteld.
Hoofdstuk 3: Hoe verschillen levensomstandigheden?
Ontwikkeling van landen en gebieden lees je af aan twee groepen kenmerken:
De rijkdom van een land
Het welzijn van een land
Bruto Nationaal Product: het gemiddelde inkomen per inwoner (BNP).
Derdewereldlanden: landen met lage inkomens en middeninkomens buiten Europa.
Welzijn: (=levensomstandigheden) de omstandigheden waaronder mensen leven.
Welzijnsindex: een lijst van landen van hoog naar laag welzijn, ook wel VN-index genoemd.
Basisbehoeften: de zaken die iedereen nodig heeft om een menswaardig leven te hebben.
Er zijn vier groepen basisbehoeften:
Onderwijs
Wonen
Gezondheidszorg
Voeding
Kampong: een krottenwijk in Indonesiλ.
Wonen in kampongs;
Niet alle kampongbewoners krijgen veilig drinkwater.
De toiletten zijn aangesloten op een opslagtank of wordt direct geleegd op riviertjes en kanalen in de stad.
De afvalreiniging verloopt matig.
Er zijn weinig ziekenhuizen in Jakarta, kampongbewoners maken daar weinig gebruik van, ze zijn te arm.
Voor de slechte levensomstandigheden van kampongbewoners zijn verschillende verklaringen:
Het inkomen
De snelle groei van de stadsbevolking
Verstedelijkingsgraad: het deel van de bevolking dat in een stad woont.
De meeste mensen in Ethiopiλ wonen op het platteland. De levensomstandigheden zijn er slecht. Veel mensen krijgen niet de basisbehoeften.
Oorzaken voor de slechte woonsituatie in lageinkomenslanden:
Armoede
Slechte gezondheidszorg
Het tekort aan voeding
Het tekort aan onderwijs
Hongersnood en oorlog maken de toestand in Ethiopiλ nog slechter.
Hoofdstuk 4: Krijgen mensen voldoende zorg?
Verzorgingsgebied: het gebied waar de mensen wonen die van een voorziening gebruikmaken.
Het zorgaanbod heeft te maken met:
Welvaart van het land
De vraag naar zorg
Bevolkingsdichtheid en bevolkingsspreiding
Bevolkingsspreiding: de verdeling van mensen over een land.
Ontgroening: het aantal jongeren in de bevolking neemt naar verhouding af.
Vergrijzing: het aantal 65-plussers in de bevolking neemt naar verhouding toe.
Dubbele vergrijzing: een toename van het aantal hoogbejaarden (80-plussers).
De vraag naar zorg heeft met de bevolkingssamenstelling te maken. Ook de volgende drie kenmerken spelen een rol:
Culturele verschillen
Nieuwe medische technieken
Nieuwe ziekten
De vraag naar personeel hangt af van:
Hoeveel mensen die in de zorg werken gaan met pensioen?
De vraag naar zorg
De organisatie van de gezondheidszorg in de toekomst
Overige dingen
1e wereld: rijke westerse landen
2e wereld: zo werden communistische landen genoemd. Bestaat niet meer, op China na.
3e wereld: onderontwikkelde landen.
Geboortecijfer: het aantal geboortes per 1000 inwoners per jaar.
Sterftecijfer: het aantal sterfgevallen per 1000 inwoners per jaar.
Geboorteoverschot: het aantal geboortes min sterfgevallen.
Sterfteoverschot: het aantal sterfgevallen min geboortes.
Vestigingscijfer: het aantal vestigingen per 1000 inwoners per jaar van een gebied.
Vertrekcijfer: het aantal vertrokkenen per 1000 inwoners per jaar van een gebied.
Vestigingsoverschot: het aantal vestigingen min vertrokkenen.
Vertrekoverschot: het aantal vertrokkenen min vestigingen.
Natuurlijke bevolkingsgroei (positief): meer geboortes dan sterfgevallen.
(negatief): meer sterfgevallen dan geboortes.
Sociale bevolkingsgroei (positief): meer vestigingen dan vertrokkenen.
(negatief): meer vertrokkenen dan vestigingen.
Bevolkingsdiagram: de samenstelling van de bevolking wordt weergegeven naar leeftijd en geslacht. Op de verticale as staan de leeftijdsgroepen. Links van de verticale as staan de mannen en rechts staan de vrouwen. Op de horizontale as staan de aantallen.
Piramide vorm: veel jongeren in de leeftijdsklassen 0-4, 5-9, 10-14 jaar. Dit is een groeiende bevolking.
Granaat/Klokvorm: de bevolkingsopbouw is regelmatig. Het is een bevolking die weinig of niet toeneemt.
Ui/Urn vorm: Weinig jongeren in de leeftijdsklassen 0-4, 5-9, 10-14 jaar. In verhouding heeft deze bevolkingsopbouw een verouderde bevolking. De bevolking neemt dan ook af.
Conclusie bevolkingsdiagrammen Goor 1947 & 1990
De bevolking in Goor is toegenomen door een hoger vestigingscijfer, lager sterftecijfer. Dit komt door betere leefomstandigheden.
Minder jongeren.
Na de 2e wereld oorlog (1947) was er een babyboom, er werden ontzettend veel babys geboren. Deze mensen zijn in 1990 ongeveer 45 jaar.
Weinig mensen tussen 20-24 jaar.
Veel mensen gaan weg om elders te studeren.
In 1990 meer mannen.
Vaardigheden
5. Hoe werk je met aardrijkskundige vragen?
Er zijn vier soorten aardrijkskundige vragen:
Beschrijvende Waar ligt het gebied?
Om welk verschijnsel gaat het?
Hoe is dat verschijnsel in het gebied?
Verklarende Kies uit;
natuur
economie
politiek
cultuur
Voorspellende Hoe zal dat verschijnsel in het gebied zijn in de toekomst?
Waarderende Wat is de situatie?
Wat zijn de gevolge van de plannen?
Wat is jouw mening?
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen