Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2435 |
Opvragingen: | 32 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 5 uit 5 (1 stem)
Titels van Marleen Nelen
Maanlief (1) 2008
Laatst gewijzigd op 3 juli 2008
Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum eerste druk: juni 2008
Aantal bladzijden: 140
Uitgegeven bij: Davidsfonds-Infodok
Beschrijving van de voorkant
Op de voorkant staat een afbeelding van een meisje dat twee balletschoentjes in haar hand heeft. Op de schoentjes staat in rode letters een tweetal kruisjes en het woordje “love.” Het zijn de schoentjes van Mo.
Wat voor soort boek is het en wat is de doelgroep?
Het is een boek over een opgroeiend schoolmeisje dat van dansen houdt, verliefd wordt , een eetstoornis heeft en een vervelend zusje. Het gaat dus om volwassen worden: de weg naar de adolescentie.
Wat niveau betreft is het een C-boek en daarmee geschikt voor tiener-lezers van 12-14 jaar.
De aangeleverde flaptekst van de uitgeverij
Sinds Mo gestopt is met dansen, lijkt alles met een rotvaart slechter te gaan. Alsof ze op een rollercoaster zit, recht naar niemandsland. Mo was altijd al stil en veel vriendinnen heeft ze nooit gehad, maar de laatste tijd voelt ze zich helemaal alleen. Haar oudere zus wil vooral jiujitsu grepen op haar uitproberen. En aan haar gekke buurjongen Bosse heeft ze ook niets. Waarom kruipt hij op het dak om accordeon te spelen? Hij zit er zelfs ’s nachts, onbeweeglijk, met zijn rug tegen de schouw. Twee maanden vakantie staan Mo te wachten en daar ziet ze vreselijk tegen op. Na een week verveling besluit Mo het over een andere boeg te gooien. Ze neemt de oude tent van haar moeder en gaat weg. Mo komt zichzelf tegen, en ook de buurjongen… MARLEEN NELEN en Mo trekken samen van tuin tot tuin, tot ze vinden wat ze zoeken. Een zalig zomers verhaal over jezelf ontdekken, je plek in de wereld vinden en… verliefd worden.
Titelverklaring
“Maanlief” verwijst naar o.a. blz. 7 waarin haar zus Ine tegen Mo zegt dat ze ook eens verliefd moet worden op een jongen en dan liefst één die ook op de maan zit. En jij moest maar eens een lief op de maan gaan zoeken. Het is ideaal. Twee wereldvreemde schepsels bij elkaar.”
Ook op blz. 61 staat een verwijzing naar de titel. Haar moeder zegt tegen Mo wanneer ze de tent in de tuin heeft opgezet. “Je kan ermee naar de Noordpool.”
“De Noordpool zou een goed idee zijn, antwoordt Mo bits. Of d e maan, denkt ze. Naar het schijnt zit daar een lief op me te wachten. Op blz. 96 overdenkt Mo dat het “een geluk is dat haar buurjongen van de maan lijkt te komen.”
Op blz. 136 komt het element nog een keer voor : Wat Mo nodig had, was een lief op de maan. Nooit gedacht dat ze zo iemand zou vinden. “
Bosse geeft in een gesprek met Mo ook aan dat hij van zijn moeder gehoord heeft dat hij “geboren is met volle maan,. dat ik haar best gelukte kunstwerk ben, gemaakt uit een scherfje van de maan.” Het is dus duidelijk dat met de titel “Maanlief”de persoon van Bosse wordt bedoeld. Hij is de maanlief van Mo.
Hoe is het verhaal opgebouwd?
Er zijn 19 hoofdstukken die een titel hebben. Ze worden in de volgorde van de tijd verteld. (Chronologische volgorde) De tekst wordt echter ook afgewisseld met cursief gedrukte stukjes waarin soms staat wat er in het verleden gebeurd is, soms ook wat Mo denkt dat er in de nabije toekomst gaat gebeuren of het is de vertolking van een soort wensdroom die ze koestert. Weer een andere keer is het het verslag van een gewone droom. Maar omdat de tekst anders is gedrukt, heb je dat als lezer wel snel door.
Wie vertelt het verhaal aan de lezer
Er is sprake van een zijvertelster. Maar we zien het hele verhaal door de ogen van Mo. Die vertelwijze heet personaal en komt veel voor in boeken voor volwassenen.
Tijd van het verhaal
“Maanlief: is een modern jeugdboek over een jong schoolmeisje. We weten als lezer dat het zomervakantie is : dus juli en augustus, maar er wordt niet verteld in welk jaar het boek speelt. De duur van de vertelling is enkele dagen.
Plaats van handeling
Mo woont in een dorpje in België. De grote stad B. ( Brugge?) is niet ver weg: ze zit er op school en ze reist er per trein heen.
De taal
Marleen Nelen schrijft zuiver Nederlands maar een enkele keer glipt er een Vlaams woord tussendoor. Zo spreekt ze o.a. over “een tas bouillon “(een kopje bouillon) over “krieken “(kleine rode kers) en “Mo heeft nood aan verandering” ( Mo is toe aan een verandering) Maar scholieren uit Nederland zullen geen probleem hebben het verhaal goed te volgen.
Samenvatting van de inhoud
In het eerste hoofdstuk leren we Mo kennen en haar zusje Ine. Ze hebben vakantie gekregen van school en waar Ine dit geweldig vindt, heeft Mo een hekel aan de vakantie. Haar vlotte zus Ine (16 jaar) heeft veel vriendjes maar Mo vindt zichzelf te lelijk en te dik. Ze is zelf 14 jaar. Toen ze inzag dat ze toch nooit zo goed zou kunnen dansen (ballet) als haar vriendin Hanne besloot ze met dansen te stoppen en omdat ze ook nog eens te veel en te slecht eet, wordt ze in de schoolomgeving “bouliemeke” genoemd. Haar moeder is lerares en haar vader
Is wetenschapper in een ziekenhuis. Mo kijkt het liefst naar een romantische film Breakfast at Tiffany’s, vooral naar de liefdevolle slotscène. Daarin wordt gezoend op een regenachtige dag.
Ze heeft een buitenissige buurjongen Bosse, die accordeon speelt en de gewoonte heeft om ’s nacht het dak op te kruipen. Hij is de zoon van kunstenaars: slim en heel direct. Ine probeert haar zusje te koppelen aan de broer van een vriendje op een boerderij in de buurt, maar de oudere jongen gaat meteen de eerste keer al veel te ver op het gebied van seks en Mo schrikt daarvan. Ze rent weg en laat haar zusje in de steek. Onderweg eet ze haar onvrede weg met friet en frikadellen. In het eetcafé ontmoet ze weer Bosse.
De volgende dag gaat ze naar B. met de trein. Niet met haar vriendin Hanne maar ze neemt een vroege trein. Daarin zit ook Bosse die in de stad accordeon gaat spelen. Hij geeft haar aan dat haar vriendin Hanne helemaal niet zo leuk is als ze denkt en hij vraagt ook wat ze gaat doen in de stad. Mo verdwaalt er en komt in aanraking met een aantal Franstalige tieners die haar veel bier geven, feesten en haar meenemen in een soort kraakpand. Om stoer over te komen zegt ze dat ze weggelopen is, waarna een meisje d’r haar afknipt en haar andere kleren geeft. Maar Mo voelt zich helemaal niet gelukkig in haar nieuwe verschijning en komt tot het besef dat ze maar beter terug kan gaan met d e trein. In de trein praat ze met de conducteur over zijn dochter die wel mooi is.
Op de terugweg naar huis ontmoet Mo Hanne, die erg schrikt van haar outfit. Thuis gaat ze meteen naar zolder en vindt daar een tent van haar moeder. Die gaat ze in de tuin opzetten. Zowel haar vader als haar moeder komen met haar praten, maar ze wil perse de nacht in de tuin doorbrengen. ’s Nacht komt buurjongen Bosse op bezoek: ze praten over van alles bijv. de sterren en hij vertelt haar leuke verhalen. Bosse zegt dat hij Mo mooi vindt, maar ze stuurt hem met een lelijke opmerking weg. De volgende morgen wordt ze natuurlijk door haar zus Ine gepest. Dan gaat ze de tent in de tuin van Bosses ouders neerzetten. De volgende dag gaat ze ook met hem op het dak zitten: hij doet dat al vier jaar : hij is nu zestien jaar maar zijn vader is 4 jaar geleden vertrokken. Mo praat ook met Trui, de aardige moeder van Bosse. Het is een positief ingestelde kunstenares.
Mo gaat de volgende dag opnieuw een tuintje verder: er is een huis dat leeg staat. Maar al snel komt een buurjongetje kijken: Dries. Ze gaat pannenkoeken voor hem en zijn zusje bakken en ook hun moeder is van de partij. Wanneer het gaat onweren ’s nachts gaat ze in het lege huis slapen: daar staat wel een vuile badkuip en ze wil eigenlijk in bad gaan. Ineens hoort ze geluiden en dan blijkt dat ze wordt verrast door Ine, die op vechtsport zit en haar wil laten schrikken. Maar ze wil het ook goedmaken met haar zusje: ze heeft een slagroomtaart bij zich en ze halen oude herinneringen op. Daarna gaan ze samen in bad en ze hebben het erg naar hun zin. Er gloort nu toch een lichtpuntje voor Mo. Ine heeft ook verteld dat ze de broer die Mo bijna had aangerand een lesje heeft geleerd en dat ze zelf gebroken heeft met dat andere vriendje. De volgende dag beleeft Mo weer de sensatie van het dansen en dan niet van het strakke ballet zoals Hanne dat doet, maar van het vrije dansen zoals Bosse muziek speelt. Die komt ook weer met haar praten. Mo’s vader en Trui hebben de vorige avond over haar gesproken. Aangezien het de volgende dag erg hard regent, wordt Mo heel nat. Ze belt aan bij Trui. Die geeft haar droge kleren en wijst haar naar boven waar Bosse accordeon speelt. Hij is in een soort trance en ziet haar niet. Dan zegt hij dat hij voor haar heeft gespeeld. Ze zoenen met elkaar. (de slotscène van Mo’s lievelingsfilm: het is nu ook een regenachtige dag net als in de film)Mo is verliefd. Dan gaat ze weer terug naar huis en zegt tegen haar ouders en zusje dat de tent nog bij Bosse ligt.
Waar gaat het boek over ?
“Maanlief”is een boek over een jong meisje dat zich te dik en te lelijk vindt. Ze heeft een minderwaardigheidscomplex. Dat idee wordt haar aangepraat door haar zus Ine en haar vriendin Hanna. Ze wordt in de omgeving Bouliemeke genoemd. Nadat ze het dansen vaarwel heeft gezegd, zit ze echt in een dip. De vakantie is een verschrikking om door te komen. Ze krijgt gaandeweg steeds meer contact met haar buitenissige buurjongen Bosse die accordeon speelt en ’s nacht op het dak kruipt. Om haar onvrede af te reageren, heeft Mo een eetstoornis vandaar haar bijnaam op school. Haar zusje probeert haar in de vakantie in contact te brengen met een broer van haar zoveelste vriendje maar die gaat veel te snel en te ruw te werk waardoor Mo wordt afgeschrikt. Alle mensen die ze kent, lijken zich van haar af te wenden: Ine en vooral Hanne, die een onbetrouwbare vriendin blijkt. Dat hoort ze ook nog eens van Bosse en later weer van Ine. Deze vriendin blijkt dus een vijandin te zijn. En de vreemde buurjongen Bosse blijkt veel aardiger te zijn dan hij eruit ziet. Door de mensen om haar heem (de gesprekken met Trui, Bosse en later ook Ine) komt het zelfvertrouwen van Mo weer terug. Dat bewijst ze één van de laatste hoofdstukken wanner ze onbevangen in de tuin (en in de regen danst) Ze beseft ook dat ze bij Bosse hoort en Trui stuurt haar ook op hem af. Het is het begin van een liefdesrelatie en waarschijnlijk het einde van de problemen van Mo. “Maanlief”is dus een boekje over een tiener die met zichzelf in de knoop raakt en door de mensen uit de omgeving en door haar verliefdheid voor Bosse weer uit de problemen komt.
Welke personages zijn van belang
Het belangrijkste personage is Mo zelf
Nadat ze van dansen is gegaan, is het een onzeker meisje dat haar onvrede op de wereld afreageert met eetbuien. Later loopt ze weg van huis, ook al uit onvrede. Die onvrede komt voor een deel van binnenuit, want ze heeft een minderwaardigheidscomplex: ze kijkt op tegen Hanne en Ine. In feite voelt ze zich verwant met Bosse, die ook al eenzaam is sinds de scheiding van zijn ouders. Door weg te lopen (en toch dichtbij te blijven) komt ze tot zichzelf. Eindelijk kan ze haar verliefdheid toegeven.
Bosse is een buurjongen die vreemd gedrag vertoont. Zo zit hij ’s nachts gewoon op het dak en hij speelt accordeon. Later hoort Mo waarom hij op het dak zit. Hij denkt na over de scheiding tussen zijn ouders. Hij heeft bijzondere ouders die kunstenaar zijn. Zijn moeder Trui straalt wel warmte uit en ze helpt Mo bij het inzien van haar probleem. Als kunstenaar heeft ze gevoel voor mensen en problemen in tegenstelling to de vader van Mo die een wetenschapper is. Bosse heeft lak aan iedereen en ook en goede kijk op andere mensen: hij doorziet Hanne.
Hanne is geen goede vriendin van haar: achter de rug van Mo roddelt ze en dat heeft Bosse gehoord. Eigenlijk is Hanne onuitstaanbaar.
Ook Ine lijkt in het begin een pestkop en onuitstaanbaar te zijn. Ze vecht met Mo en ze pest haar met eten. Ook koppelt ze Mo aan een verkeerd vriendje, maar wanneer Mo met de tent van haar moeder wegloopt, komt ze haar toch opzoeken. Ze halen oude herinneringen op en ze biedt min of meer haar excuses aan. Het blijkt dus toch een aardig meisje te zijn.
Over de schrijfster
Marleen Nelen werd geboren in 1971 in Essen, als jongste van drie. Haar vader tekende machines en haar moeder was thuis om voor de kinderen te zorgen, er was altijd warme chocolademelk wanneer ze thuiskwam van school. Het liefst speelde ze in de velden rond het huis. Ze las veel, stiekem in bed, met het nachtlampje onder de dekens. En ze speelde piano en klarinet.
Aan de academie van Gent studeerde ze fotografie. Nog steeds vindt ze het heerlijk om een rechthoekje uit de werkelijkheid te kunnen snijden, en dat te kunnen bestuderen zolang ze daar zin in heeft. Na haar studies begon ze te schrijven. Haar kortverhalen en essays werden gepubliceerd in verschillende tijdschriften. Duivelstocht was haar eerste boek, het werd meteen genomineerd voor de Thea Beckmanprijs 2007.
Verder houdt ze van film en muziek, van badmintonnen en ijs met slagroom, van een boek lezen in de schaduw als het lekker warm is. En op zondagochtend langzaam wakker worden met haar man Bob en hun twee kinderen, Claas en Anna, is natuurlijk ook geweldig.
Wat schreef zij nog meer?
Duivelstocht (2006)
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen