Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 5VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1868 |
Opvragingen: | 10 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 5 uit 5 (2 stemmen)
Titels van Kader Abdolah
De adelaars (6) 1993 De boodschapper (1) 2008 De koran (0) 2008 De meisjes en de partizanen (2) 1995 De reis van de lege flessen (19) 1997 Het huis van de moskee (6) 2005 Portretten en een oude droom (3) 2003 Spijkerschrift (18) 2000
Laatst gewijzigd op 15 juni 2008
Kader Abdolah
Portretten en een oude droom
Uitgever: De Geus
Plaats van uitgave: Zutphen
Jaar van uitgave: 2003
1e druk
Aantal bladzijden: 187
Eerste reactie
Ik heb het boek Portretten en een oude droom gekozen, omdat ik voor CKV wereldliteratuur moest lezen en dit boek stond op de lijst. Ik ben toen dit boek ook gaan lezen voor een boekverslag voor Nederlands, zo sla ik twee vliegen in een klap.
Ik vond het op zich wel een leuk boek om te lezen. Ik snapte het verhaal niet zo goed, maar hoe het verhaal werd geschreven, vond ik wel leuk en daardoor wilde ik wel verder lezen, ook al snapte ik het niet echt.
Verdieping
Samenvatting
Dawoed is een journalist en op reis door Zuid-Afrika om lezingen te geven, samen met dichteressen die Zuid-Afrikaanse gedichten voordragen. Hij denkt veel aan zijn vroegere vrienden, die opgepakt waren in hun strijd tegen het bewind van Perzië. Twee van hen leven nog, dat zijn Froeg en Roemi, maar zij hebben een lange gevangenisstraf achter de rug, drie van de vijf vrienden zijn dood, ze zijn om het leven gebracht tijdens hun gevangenisstraf. Hij heeft het gevoel dat ze met hem meereizen. 's Nachts komen ze bij hem en vertelt hij zijn reisverhalen aan hen net zoals vroeger. Zo vertelt hij onder andere over de apartheid in Zuid-Afrika, deze is dan wel afgeschaft na de vrijlating van Nelson Mandele, maar de apartheid is nog sterk aanwezig. Het zijn nog steeds de zwarte mensen die de blanke mensen smeken om een baantje.
Attar, één van Dawoeds vijf vrienden, beschrijft wat ze beleven en wat Dawoed vertelde. Op een nacht krijgen vier van hen een droom door de alcohol die ze hebben gedronken. Attar had gedroomd over de vrouw van de oude Kruidenier, Sorajja droomde over zwarte handen en witte tanden, Malek over vogels die stenen naar hem gooiden, waardoor hij een oude boerderij in vluchtte en Froeg droomde over vliegen op de rug van een kameel. Tijdens de reis verlaten eerst Sorajja haar vrienden, omdat zij een jongen vind over wie ze had gedroomd. Daarna verlaat ook Malek de andere drie, omdat ze onderweg een boerderij waren tegengekomen en 's nachts gaat hij hier stiekem heen. Froeg hoopt dat Malek nog terug zal komen, Attar weet dat Malek voorgoed verdwenen is. Omdat ze vonden waar ze over droomden, komen ze terug in het leven. Attar, die ook dood was, wil ook graag terug naar het leven, maar zijn droom was nog niet uitgekomen. Uiteindelijk lukt het hem toch om te blijven als Froeg en Roemi op een struisvogel wegvliegen naar hun eigen leven.
Onderzoek van de verhaaltechniek
Het boek speelt zich voornamelijk af in Zuid-Afrika, rond de tijd dat Nelson Mandela is vrijgelaten. De apartheid is net afgeschaft en dit speelt een redelijk belangrijke rol in het boek, want de apartheid is in de theorie wel afgeschaft, maar is nog wel overal te merken en hier heeft Dawoed het dan ook vaak over. Ook speelt zich een deel in Perzië af, aan het begin van elke 'alinea', een soort hoofdstuk die ook weer is onderverdeeld in hoofdstukken, staat een oud Perzisch reisverhaal.
De verhaalfiguren: Er zijn twee belangrijke personen in het boek, namelijk Dawoed en Attar.
Dawoed is de persoon die de reis door Zuid-Afrika maakt, hij is een journalist en geeft in Zuid-Afrika lezingen om mensen kennis te laten maken met taal. Tegenover zijn vijf vrienden voelt Dawoed zich schuldig, hij was altijd de oudste van hen en zijn vrienden keken altijd tegen hem op. Tijdens het bewind tegen Perzië zijn de vijf vrienden opgepakt, maar Dawoed kon vluchten. Hier voelt hij zich nog altijd schuldig over, want er zijn inmiddels drie vrienden geëxecuteerd en twee van hen hebben een lange gevangenisstraf achter de rug.
Attar is de persoon die het verhaal schrijft. Attar is dood, maar komt aan het einde van het verhaal weer tot leven. Aan de hand van zijn gebeurtenissen, zou je niet zeggen dat hij dood is, maar hij maakt een aantal keer duidelijk dat hij dat wel is: "Omdat ik jarenlang in mijn graf heb gelegen, moet ik nog aan van alles wennen. [...] In mijn graf heb ik me ontzettend verveeld." Hij verteld ook hoe hij om het leven is gekomen, hij is omgebracht in de gevangenis. De dingen die Dawoed niet kan doen tijdens zijn reis, doen zijn vijf vrienden voor hem, zo bezoekt Attar samen met zijn vier vrienden personen bij wie Dawoed wegens tijdgebrek niet kon bezoeken.
De vier andere vrienden van Dawoed zijn Roemi, Sorájja, Froeg en Malek. Sorájja en Malek zijn ook omgekomen in de gevangenis, Roemi en Froeg hebben een lange gevangenisstraf uitgezeten.
De vertelwijze: De vertelwijze is wat ingewikkeld, omdat er meerdere vertellers zijn. De eerste vertellen is Attar, hij vertelt wat hij en zijn vrienden meemaken in Zuid-Afrika, maar hij laat ook Dawoed aan het woord, hij is dus ook een vertellen. Hij vertelt over zijn reis en de mensen die hij tegenkomt. Aan het begin van elke alinea word ook een stuk uit een Perzisch reisboek geciteerd, deze verhalen heeft Attar in zijn graf gelezen en dit speelt zich af in de Middeleeuwen in Perzië.
Op zoek naar de thematiek
Een thema in het boek is de apartheid, deze is net afgeschaft in de tijd dat het boek zich afspeelt, maar is nog overal duidelijk aanwezig. Zo wordt Dawoed als een Sit behandeld en vragen verschillende zwarten aan hem of hij een baantje voor hen heeft als hij in Zuid-Afrika verblijft.
Titelverklaring: De titel Portretten en een oude droom is overgenomen van een Zuid-Afrikaans gedicht, deze wordt niet in het boek vermeld, al worden er wel redelijk wat Zuid-Afrikaanse gedichten verteld. De titel slaat op de portretten die Dawoed in zijn hoofd maakt van de mensen die hij tijdens zijn reis ontmoet. Een oude droom slaat op de dromen van de vijf vrienden die zij niet waar hebben kunnen maken, omdat ze opgepakt werden. Omdat ze nu met Dawoed meereizen, komen de dromen toch uit.
Plaats in de literatuurgeschiedenis
Het boek is verschenen in 2003. Kader Abdolah is het pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani. Hij is een Iraans schrijver zich in 1988 in Nederland is komen wonen. In 1993 debuteerde hij met de verhalenbundel De adelaars, die meteen bekroond werd met de belangrijke debutantenprijs Het Gouden Ezelsoor. Kader Abdolah schrijft wekelijks een column in de Volkskrant onder het pseudoniem Mirza. Zijn werken gaan over het leven in en tussen twee culturen.
Beoordeling
Ik vond het een mooi boek, ik vond het ook makkelijk om te lezen. Abdolah gebruikt makkelijke en korte zinnen, waardoor je het boek makkelijk leest. In het begin snapte ik er niet veel van, vijf vrienden, waar er drie dood van zijn, reizen samen door Zuid-Afrika, ik snapte niet hoe dat kon. Ik vond het allemaal heel vreemd, maar ik bleef toch doorlezen, omdat ik wel wilde weten hoe het nou in elkaar zat. Dat werd tegen het einde uitgelegd en daarna snapte ik het wel, hoewel ik het nog steeds vreemd vond hoe de drie dode vrienden tot leven kwamen.
"De vrijheid die ik nu heb, verdien ik niet. Ik heb geen recht op deze reis. De liefde die Afrika aan me gegeven heeft, heb ik niet verdiend. Al die schoonheid die ik meegemaakt heb, is niet mijn deel. Op de weg die ik voor mijn leven koos, heb ik een paar van mijn vrienden en dierbaren verloren. Ze waren jonger dan ik en ze keken tegen mij op. Ze volgden de weg die ik gekozen had. Zij werden gearresteerd. Maar ik niet, ik kon wegvluchten. Drie van hen werden gedood en twee van hen moesten lange tijd gevangenzitten. Ik voel me schuldig en dit schuldgevoel laat me niet los. Ik denk altijd aan hen. Hier in Zuid-Afrika, waar ik ook loop, lopen die vijf vrienden met mij mee. Wat ik ook drink, ze drinken met mij mee. Ze gaan mee, ze doen mee op deze reis."
Na dit stuk, werd me duidelijk hoe het kon dat ze dode vrienden ook door Zuis-Afrika reisden.
Hoewel ik het verhaal dus niet goed snapte, vond ik het verhaal wel mooi geschreven en nadat ik het snapte, vond ik het een heel mooi boek en het verhaal zelf vond ik ook mooi.
De passage die mij het meest aanspreekt is het deel als Dawoed verteld over aartsbisschop Desmond Tutu. In dat stuk verteld Tutu over zijn moeder en dat hij altijd aan haar denkt. "Weet je, ik denk altijd aan mijn moeder, ik bedoel, ik zal nooit vergeten dat ik naar school ging en dat er thuis geen geld was. Mijn moeder was een wasvrouw en ik ging met haar mee naar haar blanke werkgeefster en zij waste en maakte schoon. Aan het eind van de dag kreeg ze twee shilling. 's Morgens pakte mijn moeder die twee shilling en gaf ze dan aan mij en ik liep naar het station om een kaartje te kopen naar de school in Westbury. En ik dacht aan het einde van de dag altijd aan mijn moeder, die al dat werk had gedaan er er niets voor terugkreeg, ja, ze stierf in het jaar waarin ik de Nobelprijs kreeg. Ik lijk op haar, heb ook een grote neus." Dit stuk spreekt mij het meeste aan, omdat ik het heel mooi vind hoe Tutu de liefde van zijn moeder voor hem omschrijft.
Ik vond het boek eigenlijk een heel mooi boek en ik kan maar een negatief punt bedenken en dat is dat ik het in het begin niet goed snapte. De uitleg waarom de vrienden met Dawoed meereizen, staat pas op bladzijde 134 en dat had van mij wel eerder gemogen, zodat ik het boek sneller had begrepen.
Ik kan dit boek niet met een film of boek vergelijken, want het is voor het eerst dat ik lees over dode personen die met een oude vriend meereizen.
Ik vind het thema erg goed, want het maakt duidelijk dat de apartheid altijd aanwezig zal blijven, ook al is het wettelijk afgeschaft. In het boek komen meerdere negers aan Dawoed vragen of hij een baantje voor hem heeft, terwijl hij bij zwarte mensen overnacht. Dit laat zien dat de blanken nog steeds boven de zwarten staan en ik denk dat dit altijd wel een beetje zo zal blijven en het dus een thema van alle tijden is.
Ik vond het taalgebruik makkelijk, het boek is geschreven in korte, makkelijke en duidelijke zinnen. Er stonden ook wat Zuid-Afrikaanse gedichten in, die kon ik opzich ook wel begrijpen, omdat Zuid-Afrikaans is afgeleid van het Nederlands, al moest is er wel wat moeite voor doen. Maar het verhaal zelf las erg makkelijk en ik las het boek dan ook snel uit.
Ik zou het boek zeker aan andere mensen aanraden, want ik vind het een erg mooi boek, al moet je wel even doorzetten, omdat je niet meteen begrijpt hoe het nou allemaal in elkaar zit. Maar als je dat eenmaal door hebt, is het een erg mooi boek en lees je het ook in een keer uit.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen