Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 3461 |
Opvragingen: | 15 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (1 stem)
Titels van Marita de Sterck
Kwaad bloed (1) 2006 Liefste (2) 1995 Met huid en haar (1) 2004 Op kot (4) 2002 Splinters (22) 1998 Wild vlees (12) 2000 Zoe zwijgt (1) 1996
Laatst gewijzigd op 19 juni 2008
Auteur: Marita de Sterck
Titel: Kwaad bloed
Druk: Tweede druk, 2007
Jaar van uitgave: 2006
Plaats: Amsterdam
Uitgever: Querido’s Uitgeverij BV
Bij het lezen van dit boek was ik dikwijls verbijsterd hoe streng het er vroeger aan toe ging. Meisjes mochten enkel in bad met een badkleed. Uitkleden mocht enkel wanneer ze hun pyjama reeds aan hadden. Het was verboden je eigen lichaam te zien en te ontdekken.
Sommige dingen waren herkenbaar. Zoals alle bijnamen die men gaf aan menstrueren. Rood alarm, de vlag hangt uit en u vodden hebben kende ik al. Maar dat Zuster Miserie of tante Roos op bezoek kwam, wist ik niet.
Er worden zeer veel taboe onderwerpen aangesneden in de roman. Zoals spelletjes om elkaars lichaam te ontdekken en masturberen. Maar omdat deze zo mooi verbloemd worden en met allerhande metaforen uitgelegd worden, merk je niet dat deze roman eigenlijk over “vuile” dingen gaat.
A. Onderwerp
Kwaad bloed is een boek voor vrouwen. Het gaat over de groei en bloei van een meisje naar een vrouw. Dit echter niet in de huidige internetgeneratie maar wel in een streng katholieke kostschool in de jaren vijftig. Emma arriveert op de kostschool als een braaf, onwetend meisje. Dit zal niet lang zo blijven, want de oudere meisjes nemen haar al snel mee naar de bezemkast waar er allerlei pikante en stoute verhaaltjes verteld worden. Hierdoor ontdekt Emma heel wat over haarzelf en ook over de “ziekte” van haar zus.
De hele metamorfose van meisje naar vrouw vind ik zeer boeiend. Zeker wanneer dit in een andere tijd en context wordt geplaatst. Het hele gebeuren is voor mij ook niet zo heel lang geleden, dat maakt het nog fijner om het door de ogen van iemand anders te zien.
B. Gebeurtenissen
De belangrijkste gebeurtenis in het boek is ongetwijfeld de “ziekte” van haar zus. Hierdoor belandt Emma op de kostschool. Ze mag namelijk niet weten wat er gaande is. Wanneer ze op het internaat arriveert, heeft ze het in haar gedachten steeds over de “ziekte”. Ze weet niet wat het is, maar wel hoe het komt. De liefde. De liefde van haar zus voor Jef. Maar ze begrijpt niet hoe je ziek kan worden van liefde. Kan je ziek worden van de liefde? Naarmate Emma meer te weten komt door haar vriendinnen en door de lieve Zuster Maria, begint ze zich zorgen te maken. Ze begrijpt wat er aan de hand is. Haar zus is zwanger. Maar het kind is niet gewenst. Wat zal er met het kind gebeuren? Haar vader is nogal autoritair, zijn wil is wet. Wat als hij het kind hij wil houden? Emma is ervan overtuigd dat ze met hun drieën (haar moeder, haar zus en zichzelf) sterker zullen staan. Ze moet kost was kost weg uit die school en naar huis bij haar zus. Dus begaat ze enkele grote “zonden” en wordt ze van school gestuurd.
Het boek is een opeenvolging van ontdekkingen. Over zichzelf, haar zus en vrouwen in het algemeen. Wat is het nut van borsten, waarom bloed een vrouw iedere maand, waar komen de kinderen vandaan? Gaandeweg leert Emma haar lichaam kennen. Dit was heel herkenbaar omdat ik zelf ook een meisje ben. Natuurlijk wist ik dat ik niet zou doodbloeden. En dat ik me mocht wassen. Maar vrouw worden is toch iets speciaals of het zich nu afspeelt in de jaren vijftig of nu.
Sommige delen vond ik echter wel wat overdreven. Zo beschrijft Emma hoe ze zich voelt wanneer ze haar regels heeft. “In onze buiken speelden zich gevechten af, tien keer erger dan de strijd van de Romeinen tegen alle barbaarse volkeren samen, honderd keer erger dan wat de beste president van de wereld te verduren kreeg met al die Russische honden in de ruimte.”
Deze beschrijving vond ik er wat over. Je kunt wat last hebben wanneer je je maandstonden hebt, dit verschilt van vrouw tot vrouw, maar het gevoel dat er een gevecht plaats vind in je buik vind ik wat over the top.
Er is niet echt een gebeurtenis die indruk op me gemaakt heeft, wel was er een passage in het boek dat ik nogal verwarrend vond. “Bie tastte met haar hand onder haar schort. Een vuil wollen popje viel op de grond. Ze schopte het naar de boom. “ “Ik probeerde Marie-Louise terug te pakken. Het lukte me niet.” Ik dacht dat de meisjes beste vriendinnen waren en elkaar steunden door dik en dun. Dit was niet zo. Emma voelde zich dikwijls gekwetst door de opmerkingen en gedraging van Bie.
In het verhaal moest je niet veel lege plekken invullen. Wel werden er af en toe dingen gezegd en wist je niet door wie. Dit maakte soms het verhaal wat moeilijker om te volgen.
C. Personages
Emma is het hoofdpersonage. Je maakt het verhaal mee vanuit haar gedachten en gezichtsveld. Ze wordt ingenomen door de veranderingen die haar lichaam en haar geest doormaken. Want ze verandert niet enkel lichamelijk, ook geestelijk.
Ze wordt assertiever, ze leert van zich af te bijten.
“Bie beweerde dat de koningin zo erg naar een kind had verlangd dat ze de lege wieg al eens had gewiegd en dat zoiets ongeluk bracht, maar ik gooide de dweil naar haar hoofd en zei dat ze moest ophouden met stommiteiten te verkopen waar niemand beter van werd.”
Uit deze passage blijkt dat Emma niet meer zomaar alles aanneemt en haar eigen mening verdedigt. In het begin van verhaal durfde ze haar mond niet opendoen, zeker niet tegen Bie, die zeer extravert is.
Wat ik moet denken van Emma’s vriendinnen weet ik niet zo goed. Het ene moment steunen ze Emma en vertellen ze haar geheimen, het andere moment pesten ze haar en zetten ze haar voor schut. Bie neemt hierin wel dikwijls de leiding en is vaak de oorzaak van de ruzie. Bie wil Emma echter voor zich en noemt zichzelf haar beschermengel. Je kan hierin moeilijk opmaken of het echte vriendschap is of enkel utilitaire vriendschap.
Julia lijkt het meest op Emma. Ook zij maakt dezelfde evolutie door als Emma.
Ze wordt ook vrouw, al is het wel wat later dan Emma. Zij is het vriendelijkst voor Emma, ze hielp haar wanneer ze had overgegeven en lacht niet met haar wanneer anderen dat wel doen.
D. Thematiek
Er zijn verscheidene zaken in het verhaal die steeds terugkomen. Zo worden veel dingen vergeleken met sprookjes.
“Ik voelde me tien keer kleiner dan Duimelijntje die in een notendop paste, honderd keer droeviger dan Sneeuwwitje die met de jager mee moest, duizend keer banger dan Roodkapje die de wolf in grootmoeders bed vond.”
Emma zou in haar eigen wereldje leven en steeds lopen dagdromen. Dit maakt haar week. Ze kent alle sprookjes uit haar hoofd en gebruikt ze dikwijls als metaforen om haar gevoelens uit te drukken. Ook deze passage van tien keer, honderd keer, duizend keer, komt later in het boek nog terug wanneer Emma beschrijft hoe mooi Zuster Maria is.
De meisjes die elkaars lichaam verkennen is ook iets dat steeds terugkomt.
Zo zitten ze allemaal samen in de bezemkast en verzinnen ze spelletjes waardoor ze elkaar kunnen bekijken en aanraken. Ook hier gebeurt de seksuele ontplooiing van Emma. De mieren die ze voelt zijn geen mieren, maar het gevoel van opgewonden te zijn. Ook de mieren komen verschillende keren in het boek terug.
Wanneer ze denkt aan het naakte lichaam van een jongen, of wanneer Bie haar een pikant (verzonnen) verhaal vertelt over Zuster Maria.
Het grondmotief of thema is weer de ontdekking van het vrouwelijk lichaam. De andere motieven houden hier verband mee. Door de sprookjes kan Emma wegvluchten uit de echte wereld. Hoeft ze niet na te denken over wat er gebeurt met haar lichaam of dat van haar zus. Emma wou liever kind blijven, dan was alles makkelijker en waren de problemen met haar zus er nog niet.
Het bekijken en betasten van elkaars lichaam is ook een beetje je eigen lichaam ontdekken. Je weet dat anderen de veranderingen ook doormaken. Je ziet dat anderen ook borsten krijgen. Je voelt je niet “anders”. Het is een bevestiging van je onterechte onzekerheden. Je bent niet alleen, anderen gaan door dezelfde moeilijke periode als jij.
Kwaad bloed slaat zeker op het taboe dat er hing rond menstrueren. De mayonaise zou gaan schiften, de melk zou zuur worden en het brooddeeg zou niet rijzen. Een vrouw die menstrueerde werd als onrein beschouwd. Hoewel het de taak was van de mens om “zich te vermenigvuldigen”, werd dit teken van vruchtbaarheid gezien als iets slechts.
Een andere goede titel zou kunnen zijn: “De geheimenissen van de vrouw.”
E. Stijl en Taalgebruik
Het boek is niet moeilijk om te begrijpen. Ik had al snel door dat de zieke zus eigenlijk zwanger was. Want dit was één van de taboes in de jaren vijftig. Zwanger mocht je enkel zijn wanneer je getrouwd was. En trouwen mocht enkel met iemand die van je stand was. Anders trouwde je beter niet.
Het boek had net de perfecte lengte. Het verhaal is niet langdradig, je blijft steeds geboeid. Ook is het lang genoeg om de evolutie mee te maken en worden er geen delen overgeslagen.
Hoewel er meer dialect werd gesproken in de jaren vijftig, stoort het niet dat de dialogen in het AN zijn. De gedichtjes en versjes die er tussen staan zijn echter wel in het oorspronkelijk dialect. Dit is ook vaak nodig anders zou de rijm niet kloppen.
De weergave van gedachten en gevoelens wordt het meest gebruikt. Soms zit er eens een dialoog tussen om een nieuwe gedachtegang te starten. Omdat je steeds alle gedachten van Emma kent, voel je je net Emma. Je leeft je in in haar wereld en voelt je zoals zij zich voelt.
Ik zou deze roman rekenen tot de modernistische romans. Deze romans leggen de nadruk op de subjectieve beleving, niet op de objectieve buitenwereld. Alles wordt verteld vanuit de gedachten van Emma, dit kan men zeker als subjectief beschouwen. Vervolgens worden de ervaringen van de individuele personages benadrukt. Ook dit vindt men terug in Kwaad bloed. Wat Emma voelt en meemaakt wordt zeer uitvoerig beschreven.
Men focust zich op subtiele gevoelens en gedachten, in plaats van op het wereldgebeuren. Ook dit is een kenmerk van Kwaad bloed. De gevoelens en gedachten van Emma staan op de eerste plaatst. Wat er verder gebeurt in de wereld is niet van belang.
F. Genre
Ik reken deze roman tot de bildungsromans.
Hierbij groeit het personage van een jongen tot een man of van een meisje tot een vrouw. Dit is het verhaal achter Kwaad bloed. Emma arriveert als meisje en gaat de kostschool buiten als vrouw.
Het hoofdpersonage moet een reden hebben om aan zijn “reis” te beginnen. Ook dit kan men toepassen op Kwaad bloed. De ziekte of zwangerschap van haar zus is de reden tot nadenken. Wat verandert er met haar lichaam dat ook bij haar zus is veranderd.
Reeds vanaf het begin wordt het hoofdpersonage weggerukt uit zijn familiale omgeving. Emma moet uit huis weg. Ze mag niet weten wat er aan de hand is met haar zus. Ze wordt naar een strenge kostschool gestuurd waar haar vader hoopt dat ze haar “dom” houden.
Het rijpingsproces is lang en gradueel. De weg die Emma aflegt naar volwassenheid is lang. Het gebeurt niet plots maar wordt gespreid over de hele roman.
De Pers
Annemie Leysen in De Morgen, 16 augustus 2006:
Vandaag verschijnt een nieuwe jongerenroman van Marita de Sterck. De prachtige coverfoto van Carla van de Puttelaar suggereert het: Kwaad bloed is helemaal een vrouwenboek, over de groei van onnozele bakvis tot jonge vrouw, met als achtergrond het Rijke Roomse Leven op een Vlaamse kostschool in de jaren 1950. Een boek over schrik en schaamte, over de kracht van de verbeelding en over het verlangen naar verboden vruchten. Herkenning te over voor rijpere dames en een nieuwe wereld voor wie het allemaal nog moet ontdekken. Net als haar vorige romans is Kwaad bloed ook weer uitgesproken antropologisch geïnspireerd.
We hadden een boeiend gesprek op een zomerse Antwerpse Grote Markt, in de buurt van het Etnografisch museum, waar Marita de Sterck research doet voor een collectie orale verhalen uit de vijf continenten.
‘Die scharnierperiode, de overgang van meisje tot vrouw, met de bijhorende rituelen en verhalen, is echt wel mijn thema. Een fascinerend verschijnsel van alle tijden en plaatsen, dat ook narratief interessante stof biedt. Ik speelde al langer met de gedachte om een verhaal te schrijven over vrouw worden in de jaren vijftig, bestemd voor de internetgeneratie van vandaag. Op het eerste gezicht ligt alles open en bloot voor meisjes van nu. Wat ze kunnen zien lijkt grenzeloos en toch zijn ze, net als destijds, selectief doof en blind. Ze pakken op waar ze aan toe zijn en duwen weg wat te overrompelend is. Mijn personage, Emma, is niet anders. Ze voelt dat er wat broeit thuis, dat er wat schuilt achter die zogenaamde ‘ziekte’ van haar oudere zus, die maakt dat haar ouders haar op de strengste kostschool dropten. Emma is nog niet toe aan de ware toedracht (de ongewenste zwangerschap van haar zus), geregeld schuift er een gordijn voor al te onrustwekkende gedachten. Dat beschermingsmechanisme tegen de dingen die je nog niet aan kunt is een boeiend gegeven uit de ontwikkelingspsychologie.’
Emma’s groei gaat wel erg hard? Op zes maanden tijd krijgt ze alles in de gaten en wordt ze vrouw?
‘Ik heb inderdaad voor een steile groeispurt gekozen. Emma arriveert als naïeve seut en ook nog uit een goddeloos nest op die streng katholieke kostschool. Ze wordt door de oudere meisjes meegetroond naar de nachtelijke bijeenkomsten in de bezemkast. Daar hoort ze verhalen en liedjes vol pikante beeldspraak en dubbelzinnige toespelingen, waar ze eerst niks van snapt. Dat groepsgebeuren met die intieme lichamelijke nabijheid, die rollenspelletjes, al dat dubbele… hoort echt wel bij de groei van meisjes. Langzaam maar zeker ontwaakt Emma uit haar slapende toestand en dringt het tot haar door wat er aan de hand is.’
Verwijst de titel, Kwaad bloed, ook naar menstruatie?
Als antropoloog ben ik altijd al met menarche-rituelen (eerste menstruatie, A.L.) bezig geweest. Die scharnierrituelen verwijzen tegelijk naar dood en geboorte, er vindt rituele dood en ‘second birth’ plaats, meisjes worden ingeschreven in de lijn van de generaties, grootmoeders spelen een centrale rol, ook in het doorgeven van de belangrijke verhalen. Krachtige rituelen ontbreken bij ons vandaag. Veel meer dan een cadeautje of soms een klein vrouwenfeestje is er niet bij. In het Navaho-reservaat krijgen meisjes nog wel een ritueel waarin vrouwelijke verhalen en kennis worden doorgegeven en waarin sterke metaforen opduiken, zoals het bakken van een reusachtige cake voor alle aanwezigen. Griekwa meisjes (op de grens tussen Zuid-Afrika en Botswana) verblijven bij hun eerste menstruatie een tijd in een afzonderlijke ruimte, ze worden dan ‘hokmeisjes’ genoemd. Daarna worden ze naar de rivier gebracht waar de ‘grootwaterslang’ huist. Het motief van de slang als bruidegom duikt in alle continenten op. Claude Lévi- Strauss stelde al: bepaalde dieren zijn zeer geschikt voor narratieve en rituele consumptie, om rond te associëren en te denken… Ik wil een 80-tal krachtige initiatieverhalen uit de hele wereld, die vrouwelijk groei verbeelden, bundelen in een bloemlezing. Ik wil daar drie jaar aan werken. Ik denk dat ze literair én emotioneel veel te bieden hebben, over de grenzen heen. De eerste menstruatie komt er in onze cultuur steeds eerder aan. Ze overvalt kinderen van tien, elf en dat selectief doof en blind zijn speelt dan zeker mee. Verhalen kunnen met hun beelden en metaforen groeibevorderend werken, precies door de impliciete lading, het suggestieve, wat elke lezer individueel kan oppakken en invullen of laten liggen.
‘Kwaad bloed verwijst naar de oude betekenis van menstruatie, geeft weer hoe negatief dit werd ervaren, hoe het vruchtbare lichaam vooral als vuil werd bestempeld. De woordenschat die daar omheen hing is boeiend materiaal, ook de volkswijsheden die ermee te maken hadden: je mayonaise ging gegarandeerd mislukken, je haar zou ros worden als je het waste tijdens de menstruatie, een bad nemen mocht dan niet… Het vrouwelijk lichaam werd als vreemd, haast vijandig, ervaren. Vandaag vind je daar nog sporen van in reclames voor hygiënische producten: bescherming is de breed uitgesmeerde boodschap, tegen de blik van anderen, maar evengoed tegen het eigen onbetrouwbare lijf.’
Met de titel refereert u allicht ook naar Emma’s boosheid en ongenoegen over de gang van zaken?
‘Spreekwoordelijk verwijst kwaad bloed zetten ook naar wrevel, misnoegdheid en boosheid. Mét haar lichamelijke ontwaken wordt Emma ook geestelijk wakker. Kwaad is ze, op de nonnen die haar een hoop onzin wijs maakten, op haar ouders die de waarheid over haar zus verzwegen, op iedereen die haar niet vertelde wat ze weten wou. Op het einde brengt ze een groot offer: door de nonnen te laten geloven dat ze over de schreef ging met de tuinjongen, verbant ze zichzelf uit haar nieuwe, intussen geliefde schoolmilieu, om het voor haar zus op te nemen. Ze gaat tot het uiterste. Hoe het uiteindelijk afloopt mag de lezer zelf invullen.’
Is dit boek ook een afrekening met een katholieke jeugd?
‘Ik hoop dat het boek niet zo over komt. Het is niet vanuit een bittere reflex geschreven. Ik wilde wel een statement maken over de manier waarop er toen werd omgegaan met ‘gevallen vrouwen’ die niet aan de heersende normen beantwoordden. Ik vermoed dat bijna elke Vlaamse familie wel zo iemand had. Daar zijn verschrikkelijke accidenten uit voort gekomen. Het onverbiddelijke, verwerpende tegenover niet acceptabele huwelijkspartners, ongewenste zwangerschappen, echtscheidingen… daar wilde ik wat over kwijt. Fossiele relicten van die verkrampte ingesteldheid zijn nu nog te vinden. Veel vrouwen van vijftig en ouder zijn toch wel met schrik en schaamte opgevoed. Het mag een wonder heten dat er nog zoveel gezond en evenwichtig zijn uitgekomen.
Maar naast de bestraffende nonnen waren er toen ook zachte, zorgzame en lieve nonnen, die de christelijke naastenliefde in de praktijk omzetten. En het Rijke Roomse leven heeft ook heel wat boeiende narrativiteit en oraliteit gebracht. Denk maar aan de heiligenverhalen over de maagden en martelaressen, met onvoorstelbaar sterke scenario’s en erotisch lading. Hoe de borsten van de heilige Agatha werden afgehakt … wat een gruwel, maar prachtig verteld. En hoe Petrus ‘de beide bloedige wonden met tedere aanrakingen heelde’. Dat kun je als auteur niet zo bont verzinnen. In dat opzicht had het oude Vlaamse katholicisme vaak iets subversiefs. Je kwam te weten wat een bordeel was, of waar incest op sloeg. De meisjes in mijn boek luisteren ademloos naar de erg ‘informatieve’ donderpreken van de pater over verboden lectuur. Dat Vlaamse katholicisme had iets aards, zintuiglijks en lijfelijks, anders dan het fundamentalistische protestantisme dat opduikt bij Nederlandse auteurs als Jan Siebelink, Guus Kuijer en Rita Verschuur. Ik heb dit boek echt met plezier geschreven, weet je. Er werd toen ondanks alle gestrengheid ook veel gelachen.’
Wilde u met Kwaad bloed bewust een vrouwenboek schrijven?
‘Mijn vorige roman, Met huid en haar, was eerder een vaderboek, waarin ik een stem probeerde te geven aan de verhalen die mijn zeer oude vader op het eind van zijn leven vertelde, over zijn eigen jeugd, over de eerste wereldoorlog, over het volkse geloof in de pekduivels… Oraliteit kan als een soort baarmoeder fungeren voor pijnlijke ervaringen die geen andere plaats vinden. Kwaad bloed is anders, meer een ‘Marita-boek’, vind ik. Dat lichamelijke ontwaken blijft een thematiek die me sterk bezighoudt. En ook vrouwennetwerken vind ik interessant. Solidariteit kan ver gaan in extreme omstandigheden. De kostschoolmeisjes vinden mekaar op de ‘bloedzolder’ (waar hun maandverbanden werden bewaard, A.L.) omdat ze op de duur simultaan, synchroon menstrueren. Hechter kan haast niet. Ik wou ook het rebelse en subversieve van die meisjes weergeven. Ze hadden behoorlijk wat slagkracht, net als de ‘madammen’ die de Vlaamse goegemeente in de jaren 60 met hun revolutionaire opvattingen over seksuele voorlichting op stelten zetten. Kwaad bloed is ook een ode aan de vrouwelijke kracht en verbeelding.’
Het deel waarin de Sterck omschrijft hoe menarcherituelen gebeuren in andere culturen en landen vond ik minder relevant. Zij vertelt erover omdat zij dit boeiend vindt, maar het heeft weinig relevantie met het verhaal.
De uitleg waar de titel vandaan komt, vond ik wel verhelderend. Ik dacht dat Kwaad bloed enkel stond voor de menstruatie, nu blijkt dat het ook staat voor de gevoelens van Emma. Ze is boos op de wereld omdat deze niet meer uitleg verschafte over de veranderingen die ze doormaakt. Ik zou ook nog vragen wat de aanleiding geweest was tot het schrijven van dit boek.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen