Scholieren.com vernieuwd! Kun je niet wennen? Oude site.

Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?

Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen! Het invullen duurt ongeveer een kwartiertje.

Geschreven door:

Kees van der Pol [meer]

Datum ingestuurd:

1 april 2007

Niveau:

Docent

Taal:

Nederlands

Woorden:

3359

Opvragingen:

3279 (32 deze maand)

Waardering:

3.7/5 (43 stemmen)

Zakelijke gegevens
Eerste druk: 1992
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 95
Uitgave tijdens de Kinderboekenweek van 1992. Intussen is ook een gewone druk van het boek beschikbaar.

Gegevens voorkant
Op de voorkant staat de afbeelding van Marijn en Hasna die onder het raam van de lerarenkamer van ‘De Regenboog’ hun meesters en juffen aan het afluisteren zijn. Er is een vierkant raam uit de kaft gesneden, waardoor het net lijkt alsof het raam open staat. Door het raam kun je de meesters en de juffen zien. Dat is aan de binnenkant een illustratie.

De flaptekst
Wat is er toch aan de hand op de Regenboogschool? Meester Verbeek - anders altijd in voor een grapje - is chagrijnig. De leerkrachten zijn steeds druk in bespreking en juf Teulings loopt zelfs huilend door de gang. Marijn en de andere kinderen uit zijn groep snappen er niets van. Het wordt tijd voor riesurts, zoals Niels dat zo mooi noemt. De kinderen gaan op onderzoek uit.

De aanleiding voor het boek
Jacques Vriens schrijft op zijn website : Ik heb dit boek eigenlijk geschreven omdat ik boos was. Ik las in de krant over een school die dicht moest. Ik kende de school toevallig en wist dat het daar heel gezellig was. Maar de school werd opgeheven omdat hij te klein werd.
De kinderen en de onderwijzers werden op een andere, veel grotere school geplaatst, of ze dat nou wilden of niet. In de krant las ik dat de onderwijzers van de oude en de nieuwe school ruzie met elkaar kregen over allerlei dingen die geregeld moesten worden. Maar ik las helemaal niets over de kinderen. Dat vond ik stom en ik vroeg me af hoe zíj het vonden, dat hun school zomaar dicht moest. Ik ben toen naar ze toe gegaan om daarover te praten.


Verhaalopbouw
Het verhaal is opgebouwd uit 14 hoofdstukken. Deze hebben allemaal een korte titel als “Chagrijnig “ “Red de Regenboog “ De burgemeester” of “Te laat . “ De hoofdstukken worden allemaal achter elkaar in de volgorde van de tijd waarin ze plaatsvinden verteld: je noemt dat de chronologische volgorde vertellen.

Vertelwijze
Het lijkt er het meeste op dat de vertelwijze van het verhaal door de ogen van de hoofdpersoon Marijn geschiedt. Hij vertelt in d e o.v.t. en in de hijvorm. Je leert als lezer zijn gedachten en gevoelens (o.a. over zijn stiefvader) kennen. Er zijn maar heel weinig momenten dat de zienswijze van het verhaal niet bij Marijn ligt (we volgens hem o.a naar huis)


Titelverklaring
“Het raadsel van De Regenboog is niet zo moeilijk te verklaren. De kinderen weten in het begin van het boek niet waarom de meesters en de juffen op school zo verdrietig zijn. Dat is het grote raadsel. Daarna blijkt dat de school dicht moet.


Tijd
Je kunt zien dat het boek in 1992 geschreven is. Het is wel actueel voor die tijd, maar computers, mobiele telefoons, sms-jes en MSN komen nog niet in het verhaal voor. Er worden eigenlijk maar twee dagen uit het leven van de leerlingen van groep 7 en 8 van De Regenboog beschreven. Dat zullen dus wel twee dagen uit de jaren negentig zijn.

De leestijd
Het boekje heeft 95 kleine bladzijden en is in één uurtje goed uit te lezen.

Plaats
De plaats waar zich het meeste afspeelt, is de school De Regenboog. Andere plaatsen zijn het huis van Marijn, het gemeentehuis en tenslotte ook de nieuwe school, de Professor Einsteinschool.

Samenvatting van de inhoud
De inhoud is niet al te moeilijk na te vertellen.

Marijn is op een ochtend weer eens te laat. Hij slaapt de laatste tijd slecht en dat komt door problemen thuis. Zijn meester is wel aardig, maar Marijn vindt het niet leuk om te laat te komen, want dan krijgt hij toch een vervelende opmerking naar zijn hoofd. Vlak bij school rent hij tegen een meisje op: het is Malika, een Marokkaans meisje op wie hij een beetje verliefd is. Ze is bang dat ze nu helemaal te laat komt en Marijn leidt de aandacht van haar af als ze de klas binnengaan door over zijn teddybeer te beginnen Dennis is een vervelende jongen die een beetje een hekel heeft aan buitenlandse kinderen.

De meester (Pieter Verbeek) die ze bij zijn voornaam mogen noemen, doet vandaag heel chagrijnig en de kinderen zien een andere juf (Teulings) in school huilen. Er moet iets bijzonders aan de hand zijn. Marijn en Malika moeten even wachten op de meesteromdat hij met ze wil praten over het te laat komen, maar als die niet komt, lopen ze naar de lerarenkamer. Daar luisteren ze slecht nieuws af: het lijkt erop alsof de school dicht moet. Ze vertellen het op het schoolplein aan de kinderen van de klas en die besluiten dat ze de meesters en de juffen moeten afluisteren. Dat kan wanneer je het schoolplein verlaat. Marijn en een ander Marokkaans meisje Hasna durven het aan om te gaan afluisteren. Daar horen ze onder het raam van de lerarenkamer inderdaad het nieuws dat de school dicht moet: het gebouw is te oud en er komen te weinig kinderen. Marijn en Hasna worden echter ontdekt door de directeur De Greef en die is heel boos dat ze afgeluisterd hebben. Marijn vertelt wat hij heeft gehoord, maar de directeur en meester Verbeek ontkennen alles. Ze moeten het maar niet verder vertellen. Maar Marijn gaat naar huis en vertelt het toch thuis. De nieuwe vriend van zijn moeder (Gerard) , (zijn eigen vader is vier jaar geleden gestorven) vindt het niet zo erg. Hij vindt namelijk De Regenboog veel te vrij qua opvattingen, de kinderen mogen namelijk hun eigen mening zeggen. Het leidt tot een fikse ruzie tussen Marijn en Gerard en zijn moeder.

De volgende morgen biedt Gerard hem een lift aan. Ze zeggen bijna niets tegen elkaar, maar bij een kruispunt maakt Gerard een verkeersfout. (Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor)
Een Marokkaanse man op de fiets rijdt tegen de auto van Gerard. Die is heel boos en wil een schadevergoeding, maar het is juist de fout van Gerard. Dat zegt Marijn ook en daarna moet Gerard de Marokkaan 50 gulden betalen voor de schade aan diens fiets. Gerard is nu weer boos op Marijn. Die is bijna weer te laat op school, maar dat is niet zo erg, want meester Verbeek geeft nu aan dat het toch waar is van de sluiting van de school. De kinderen vinden het verschrikkelijk: ze willen niet weg, want “De Regenboog”is een heel fijne school. Maar Verbeek zegt dat de school om twee redenen wordt gesloten: het gebouw is te aftands en er zijn te weinig nieuwe leerlingen. Ze gaan fuseren met de Professor Einstein school. De kinderen besluiten over te gaan tot een protestactie bij de burgemeester, alleen Hasna en Malika moeten naar Koranles. Maar ze beloven dat ze die zullen ophalen wanneer ze bij de burgemeester zijn geweest.

Niels is een slimme jongen en wanneer de burgemeester die ze eindelijk te pakken krijgen allerlei moeilijke woorden gebruikt om de sluiting te verdedigen, vertaalt hij het voor de anderen in gewoon Nederlands. Maar er lijkt niets tegen de sluiting te doen te zijn. Ze krijgen nog wat limonade en gaan dan weg. Ze halen Hasna en Malika op bij de Koranschool en gaan een kijkje nemen bij de nieuwe school. Stiekem gaan ze naar binnen.

Daar weten ze binnen te dringen en zich te verstoppen, maar ze worden ontdekt. Malika en Marijn die samen achter een poppenkast zaten verborgen (en die elkaars handen vasthouden) worden als eerste ontdekt. Meester Verbeek die aan het vergaderen was met de nieuwe meesters, lacht zich slap. Maar nu ze in de mooie, nieuwe school zijn, vinden ze die eigenlijk best leuk. Ook de nieuwe meesters vallen wel mee en meester De Graaf mag daar in het nieuwe jaar directeur worden. De onderwijzers zijn ook aan het praten over nieuwe lesmethoden. De Regenboog staat model voor die nieuwe inzichten. Eigenlijk zijn de kinderen wel opgelucht, nu ze het allemaal weten.

Marijn en Malika lopen samen naar huis, wat eigenlijk niet mag van de vader van Malika. Ze is moslima en mag niet met vreemde jongens worden gezien, terwijl Hasna dat wel mag van haar ouders. Ze zijn verliefd op elkaar en Marijn vergeet dat hij weg moet zijn bij het huis van Malika. De vader van Malika doet open, wordt eerst heel boos op haar, maar dan blijkt dat hij de Marokkaan van die morgen bij het ongeluk is. Hij vindt Marijn meteen een eerlijke en prima jongen en dat is natuurlijk leuk voor Malika. Nog beter nieuws krijgt Marijn wanneer hij thuiskomt. Zijn moeder heeft besloten dat Gerard maar weer een tijdje op zichzelf moet gaan wonen. Ze zullen een soort lat-relatie gaan onderhouden en dat vindt Marijn een uitstekend idee. Zo komt alles aan het einde van dit boek voor elkaar.

De personages
Er zijn een enkele personen die een belangrijke rol in het verhaal spelen.

Hoofdpersonen
Marijn
Hij is de hoofdpersoon. Om hem draait bijna alles. Hij heeft het thuis moeilijk, omdat zijn vader dood is en hij niet goed kan opschieten met de nieuwe vriend van zijn vader. Hij slaapt slecht en komt vaak te laat op school. Maar hij heeft humor en weet de meester vaak tot een glimlach te bewegen. Hij is verliefd op een Marokkaans meisje Malika, maar die is verlegen. Hij durft veel: afluisteren, zijn eigen mening geven tegenover de vriend van zijn moeder en naar de burgemeester stappen. Hij is heel tevreden wanneer Gerard besluit niet meer bij hen te blijven wonen.

Malika
Verlegen, Marokkaans meisje, is al heel lang in Nederland en spreekt goed Nederlands. Haar ouders zijn traditioneel ingesteld (ze draagt een hoofddoekje) en ze mag niet met Nederlandse jongens omgaan. Ze moet naar Koranles en wanneer ze met Marijn naar de nieuwe school gaat, vindt ze het toch goed dat zijn arm op haar schouder rust in de poppenkastscène. Ze geeft toe dat ze op Marijn “is.

Hasna
Hasna is ook Marokkaans, is de tegenpool van Malika. Ze is ook een beetje op Marijn. Ze spreekt grappig Nederlands en begrijpt vooral Nederlandse spreekwoorden niet. Maar ze is veel vrijer opgevoed. Ze mag wel met jongens omgaan en draagt geen hoofddoekje. Ze is wel wat brutaler dan Malika.

Niels
Zoon van een vader die gestudeerd heeft en hij is de bijdehante jongen van de klas. Grappig is zijn gedrag bij de burgemeester die allemaal moeilijke zinnen gebruikt om de sluiting van de school te verklaren. Hij vertaalt daarna alles meteen in “gewone woorden.” Hij is het type van “haantje de voorste”

Bijpersonen zijn o.a.
- Renske (vriendin van Malika en Hasna)
- Dennis (type van de nare jongen uit de klas, vooral tegen Malika en Hasna)
- De burgemeester (die heel gewichtig doet met moeilijke woorden)
- Meester Pieter Verbeek (een super aardige meester)
- Directeur De Greef (ook geen slechterik)

Thematiek
Het gaat in dit boek om een aantal onderwerpen.

Het belangrijkste is de sluiting van de school en de fusie die de school met de Einsteinschool moet aangaan. De kinderen vinden dat niet leuk, want De Regenboog is een heel vrije school met moderne opvattingen. Gelukkig blijkt de nieuwe school wel mee te vallen en de meesters mogen ook mee naar de nieuwe school, waardoor de onderwijsvernieuwing toch wel zal doorgaan.

Een tweede thema is de problematiek waarin Marijn verkeert. Zijn vader is vier jaar geleden overleden en zijn moeder heeft een nieuwe vriend Gerard. Ze kunnen niet met elkaar opschieten en het loopt uit de hand, wanneer Marijn de waarheid spreekt bij een botsing met een fiets en hij de Marokkaanse man gelijk geeft. Het komt voor Marijn wel goed uit, want Gerard besluit voorlopig niet meer bij hen te gaan wonen en de Marokkaan blijkt de vader van zijn schoolvriendin te zijn.

Een derde thema is de omgang met allochtonen. Marijn is verliefd op Malika, maar dat mag niet van haar ouders die traditioneel zijn ingesteld. Daartegenover staat de veel vrijere opvatting van de ouders van Hasna, die haar veel meer toestaan, hoewel ze korter in Nederland zijn. Vriens zal daar wel mee bedoelen dat je niet alle buitenlanders op één hoop mag gooien. Gelukkig reageert ook de vader van Malika anders wanneer hij ziet dat Marijn de eerlijke jongen van die ochtend is.

Tenslotte zou je in dit boek kunnen stellen dat tenslotte “alles op zijn pootjes terecht komt.”en dat het laatste thema daarmee in verband kan worden gebracht. “Eind goed al goed.”

Het taalgebruik
Het taalgebruik van de schrijver is niet moeilijk te volgen. Het boek is daarom geschikt voor leerlingen van groep 8 en van de brugklas. Ook voor vmbo-KB is het boekje goed te volgen.


Over de schrijver
De bron van deze gegevens is de website van de schrijver.
Kijk bijvoorbeeld zelf naar www.jacquesvriens.nl

Jacques Vriens (1946) is een van de bekendste en succesvolste auteurs van kinderboeken in Nederland. Hij werd geboren in Den Bosch en verhuisde in 1952 naar Helmond, waar zijn ouders een hotel begonnen.

Al jong schrijver
Bij het hotel hoorde een toneelzaaltje. Daar voerde Jacques samen met vriendjes en vriendinnetjes toneelstukken op. Ze verzonnen dan een verhaal en speelden dat voor de andere kinderen uit de buurt. De voorstellingen draaide nogal eens op ruzie uit, omdat sommige spelers zich niet aan hun rol hielden. Ineens wilde iemand geen heks meer zijn of voor boef spelen. Op een dag besloot Jacques (hij was toen acht jaar) alles op te schrijven, zodat iedereen voortaan precies wist hoe het toneelstuk in elkaar zat. Zo ontdekte Jacques dat hij schrijven erg leuk vond en hij begon ook verhalen te schrijven. Het werd een echte hobby. Op de middelbare school werd hij al snel lid van de schoolkrantredactie en hij deed ook mee met verschillende verhalenwedstrijden. Op zijn zestiende verhuisde hij met zijn moeder naar Amsterdam. Daar maakte hij de HBS (een soort Havo) af en volgde daarna ‘de kweekschool’ (dat heet nu PABO, de opleiding tot onderwijzer). Op de HBS en op de kweekschool deed hij volop mee met het schooltoneel en schoolcabaret waarvoor hij ook teksten schreef.

Na zijn opleiding werkte hij met veel plezier in het basisonderwijs en was ook nog negentien jaar directeur van twee verschillende scholen. Eerst in Abcoude op de OBS De Manse en later in het Brabantse Bakel op OBS De kleine kapitein. Het onderwijs maakte hem enthousiast voor kinderboeken.

Taalfouten
Toen hij zelf nog als kind op de basisschool zat, maakte hij ontzettend veel taalfouten. Later snapte Jacques dat hij enigszins dyslectisch (woordblind) is, maar dat hadden meesters en juffen in die tijd nog niet zo in de gaten. Hij schreef bijvoorbeeld ‘De soep is oem’ als hij moest opschrijven ‘De Poes is moe’.

Wanneer Jacques een verhaal schreef, kreeg hij het dan ook vaak terug van de meester met héél veel dikke vette rode strepen erin. Eronder stond dan: ‘Leuk verhaal, jámmer van al die taalfouten!’ En dan kreeg Jacques meestal een 2 of een 3. Toch liet hij zich daardoor niet tegenhouden. Hij wilde nou eenmaal graag verhalen schrijven.
Later kreeg hij een aardige juf die hem heeft geholpen en allerlei trucjes leerde om minder fouten te maken. Tegen kinderen die ook dyslectisch zijn zegt hij vaak: ‘Geef de moed niet op. Als je graag wilt schrijven: gewoon doen! Niet te veel denken aan de fouten die je maakt. Laat iemand anders het achteraf even nakijken. Dyslexie is best lastig, maar maak het probleem niet groter dan het is. Ik maak nog steeds fouten, maar gelukkig is mijn vrouw Thérèse heel goed in spelling.’

Eerste boek en wat daarna kwam
In 1976 kwam zijn eerste boek uit: Die rotschool met die fijne klas. In 1993 besloot hij (na lang aarzelen) te stoppen met school en fulltime schrijver te worden. Hij vond het onderwijs nog steeds erg leuk, maar het leek hem ook fijn om meer tijd te krijgen voor het schrijven. Inmiddels heeft hij al meer dan zestig boeken geschreven.
Zijn boeken zijn ook erg populair bij de Nederlandse Kinderjury en werden al achttien keer ‘getipt’ (dat wil zeggen dat ze bij de top-5 horen). In 2003 won hij voor de vijfde keer de príjs van De Nederlandse Kinderjury met “Meester Jaap maakt er een puinhoop van”. Het boek De school is weg werd genomineerd. Als je ‘Bekroningen’ aanklikt, zie je alle prijzen op een rijtje.
In 1979 ontving Jacques Vriens zijn eerste Zilveren Griffel voor Zondagmorgen, een boek voor kleuters. Voor Tinus-in-de-war won hij in 1991 een griffel.
Voor zijn boek Grootmoeder, wat heb je grote oren… kreeg hij de Prijs van de Samenwerkende Kinderboekwinkels. Voor Tommie en Lotje, O mijn lieve Augustijn… en Willem en Dikke Teun kreeg hij de Pluim van de Maand.

Lezen is leuk
Jacques Vriens deed als meester ook erg zijn best om kinderen enthousiast te maken voor boeken. Lezen is leuk en handig! Leuk omdat je heerlijk je eigen fantasie kunt gebruiken. Én handig omdat het dan ook geen moeite kost om bijvoorbeeld een tekst uit je aardrijkskundeboek te lezen. Het is misschien al een vervelende tekst, maar als je dan óók nog moeite hebt met lezen, wordt het hélemaal een klus.
Ook nu Jacques niet meer op school werkt, blijft hij zich inzetten voor het plezier in lezen. Hij vertelt daar graag over op ouderavonden, Pabo’s en bijeenkomsten waar veel onderwijsmensen bij elkaar zijn. Daarnaast komt hij ook graag op scholen en in bibliotheken om met de kinderen over zijn boeken te praten.

Toneelspelen en voor toneel schrijven
Naar aanleiding van zijn boeken Grootmoeder, wat heb je grote oren… en O, mijn lieve Augustijn maakte hij een theatervoorstelling waarmee hij regelmatig in echte theaters optreedt, want hij kan het toneelspelen nog steeds niet laten. Dat doet hij dan samen met zijn zoon Casper, die alles van theaterlicht en geluid weet.
Wil je de stem van Jacques horen, dan moet je maar eens luisteren naar de CD: O, mijn lieve Augustijn, waarop Jacques drie sprookjes verteld. Ernst Jansz (voormalig Doe Maar) zorgde voor de prachtige muziek.
Af en toe maakt hij ook toneelstukken voor kinderen. Zo schreef hij De kinderen van Hamelen, Lampkapje en de wolf (uitgegeven bij Vink, Alkmaar) en Mag ik mee naar de maan? ( De Toneelcentrale, Abbekerk). Heel af en toe maakt hij ook een uitstapje naar het volwassenentoneel (hij schreef daarvoor o.m. Het Kamertje, Craquelé en Zoete melk met brokken)

Zijn grootste hobby is (naast schrijven) nog steeds toneelspelen. Hij heeft in Maastricht samen met vier andere mensen een eigen toneelclub met de naam Theatergroep Mergel.

Adviseur
Verder is hij nog enkele dagen per maand werkzaam als ‘adviseur’ bij de kinderboekenuitgeverij. Samen met zijn uitgeefster Judith Boerma leest hij dan de nieuwe boeken die naar de uitgeverij worden gestuurd en kijkt of er misschien iets bij zit, dat kan worden uitgegeven. Hij helpt ook graag jonge schrijvers en geeft hen tips.

Familie en wonen in Zuid-Limburg
Jacques is getrouwd en heeft twee grote zonen (Boris en Casper) en twee kleinkinderen (Jelle en Evi). Hij is heel blij met zijn kleinkinderen en ze zorgen ook voor nieuwe inspiratie. Hij schreef zelfs al een paar boekjes over Jelle en Evi. Kijk maar eens bij ‘De boeken’ onder ‘voor jonge lezers’.

Zijn vrouw Thérèse is altijd de eerste lezer van zijn verhalen. Hij woont samen met haar in een mooi dorp in Zuid-Limburg. Thérèse en hij wandelen erg graag en vaak trekken ze een dagje de heuvels en de bossen in. In zijn zak heeft Jacques dan wel altijd een klein notitieboekje om nieuwe ideeën op te schrijven die hem tijdens het wandelen invallen…

Het Limburgse land en zijn eigen jeugdjaren in een hotel inspireerden Jacques tot een serie over vier kinderen die opgroeien in een Limburgs familiehotelletje onder de titel De Bende van de Korenwolf. De serie is een groot succes. Er zijn inmiddels al zeven delen van.
De verhalen van Limburgse oud-mijnwerkers brachten hem op het idee voor Tien torens diep, een boek over de grappige, spannende en soms verdrietige avonturen van drie kinderen die opgroeien in een mijnwerkersdorp in 1958.

Ridderorde
In 2001 werd Jacques door de koningin benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij kreeg die ridderorde voor zijn boeken en omdat hij bijna twintig jaar met veel enthousiasme directeur is geweest in het basisonderwijs.

Andere bekende boeken van de schrijver
- Het achtste groepie tegen het soepie
- Een bende in de bovenbouw
- En de groeten van groep acht
- Achtste-groepers huilen niet ( 12+)
- Ga jij maar op de gang!
- Ik doe niet meer mee
- PS. Ik ben uw dochter (12 +)
- Eindelijk actie (12+)

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

zoeken
geef je mening: Vuurwerkverbod

Er gaan stemmen op voor een vuurwerkverbod met Oud & Nieuw. Vuurwerk zou alleen nog mogen afgestoken worden door professionals. Goed idee of niet?


Geen mening.

Onzin, laat mij lekker knallen!

Prima idee. Vuurwerk zorgt voor te veel ongelukken, milieuvervuiling en bange dieren. Afschaffen dus!


» resultaten

nieuwsbrief

Elke maand onze nieuwsbrief in je mailbox?