Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?

Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

Info over dit verslag

Geschreven door:

Lisanne&Robert [meer]

Niveau:

6VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2324

Opvragingen:

36

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (18 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Willem Elsschot

Laatst gewijzigd op 19 april 2005

1. Bibliografische gegevens

Auteur: Willem Elsschot
Titel: Pensioen
Jaar van uitgave: 1937
Uitgeverij: Athenaeum-Polak & van Gennep
Huidige druk: 2003
Aantal pagina’s: 92
Opdracht: Aan Jeannetta Jozefina Scheurwegen

2. Samenvatting

Het verhaal is ingedeeld in drieëntwintig hoofdstukken die zijn aangeduid met romeinse cijfers. De hoofdstukken zijn heel erg kort dus ik geef om de vijf hoofdstukken een samenvatting.

I t/m V

Het verhaal speelt zich af in de Eerste Wereldoorlog in Antwerpen, België. Frans Laarmans, de ik-figuur, vertelt over de broer van zijn vrouw Fine, Willem Verstappen. Hij is klaar voor vertrek naar Luiken, waar hij zijn dienstplicht gaat vervullen. Aan het begin van het verhaal staat Willem op het punt om te vertrekken. Frans vertelt dat hij zelf niet dienstplichtig is en zich daardoor vrij ongemakkelijk voelt. Maar aan de andere kant voelt hij ook weer niet de behoefte zijn hulp te verlenen, in trant van onderduiking bijvoorbeeld. Het is meer een man van woorden dan van daden, al zegt hij het zelf. In het tweede hoofstuk is er inmiddels wat tijd verstreken; de Duitsers zijn flink opgerukt maar niemand hoort iets over Willem. Een tijd lang komt er wel een soldaat op bezoek bij Willem’s ouders die zegt Willem goed te kennen, maar hij blijkt een oplichter te zijn. Frans lijkt er zeker van te zijn dat Willem is overleden in de sloot waar hij werkzaam was. Maar dan krijgen ze bericht: een kaart van Willem. Zijn vader wantrouwt het, maar de gegevens op de kaart, zoals nummer 2120 van Willem kloppen. Hij is momenteel in Soltau in een gevangenkamp. Ook de vriendin van Willem, Bertha Schuurmans, krijgt een kaartje. Volgens Frans zit Willem gevangen in Duitsland.
Bertha woont bij de moeder van Willem in. Frans vertelt over het sterke en wilskrachtige karakter van de moeder van Willem.
Vervolgens wordt er weer een tijdsprong gemaakt. Rond Willems vertrek heeft hij met Bertha een kind gekregen en hij heet Alfred. Het lijkt erop alsof de vrouw van Frans en Bertha totaal niet met elkaar overweg kunnen, maar er wordt geen situatie beschreven. Bertha woont inmiddels bij haar eigen ouders en gaat op aanraden van haar eigen moeder af en toe bij haar toekomstige schoonouders op bezoek. Maar de moeder van Willem kan niet overweg met Bertha. De pakjes die Bertha maandelijks verstuurt aan Willem komen niet aan. Waarschijnlijk zit moeder erachter, want zij brengt ze telkens weg naar Fritz op het bureau. Frans stelt voor de pakjes af te leveren bij Fritz en komt daar moeder tegen.

VI t/m X

Opnieuw vraagt Bertha hulp aan Frans. Ze heeft namelijk naar eigen zeggen recht op een geldelijke ondersteuning en dat moet hij voor haar in orde maken. Frans doet dat en hij verwacht succes, aangezien hij van Peeters, die dat in orde moet maken, kent. Maar hij ontdekt dat de ouders van Willem al een jaar het geld ontvangen en dat Bertha dus nergens recht op heeft aangezien zij niet getrouwd is met Willem en hij zijn kind nog niet heeft erkend. Van Peeters laat hem de brief voor aanvraag van militiegeld lezen en hij merkt op dat het een perfect geschreven verzoek is. Frans ziet gelijk dat het geschreven is door moeder. Hij vertelt Bertha overigens niet dat de moeder van Willem al die tijd het geld int.
Frans besluit Willem een brief te sturen om hem op de hoogte te stellen over het militiegeld. Willem heeft contact opgenomen met de gemeente en krijgt Bertha haar militiegeld. De moeder van Willem is woest en stalkt het bureau voor militiegeld dagelijks.
In hoofdstuk 9 wordt er weer een tijdsprong gemaakt, Alfredje is inmiddels al vier jaar. Dan komt het grote nieuws: de oorlog is voorbij. Toen barstte natuurlijk het feest los en moeder wilde ook een welkomstfeest organiseren voor haar Willem. Hij is echter nog niet teruggekeerd en Frans denkt dat hij bij een boerin in Duitsland gebleven is en daar zijn vrede viert.
Dan komt er plotseling bezoek van twee onverzorgde soldaten. Zij zeggen vrienden te zijn van Willem en dat hij overleden is. Vader wantrouwt dit natuurlijk weer en wil de mening van Frans weten. Het bewijs is echter overduidelijk, een foto van zijn graf zet de familie op stelten. Het blijkt dat een vrouw, Katharina, huilend op zijn graf is aangetroffen maar Frans stelt voor dit te verzwijgen. Dat is namelijk niet waar een rouwende partner zoals Bertha op dit moment op zit te wachten.

XI t/m XV

Wanneer het gerucht verspreidt dat het stoffelijke overschot van overleden soldaten opgeëist kan worden door familie komt moeder gelijk weer in actie. Daarnaast wordt het wantrouwen tegen over Frans steeds groter, want waarom zet hij zich zo behoorlijk in voor zijn schoonfamilie? Ze snappen niet dat hij dat als zijn eigen zaken ziet. Eigenlijk staat Frans niet achter het overbrengen van het stoffelijke overschot van Willem. Maar moeder doet er alles aan, ze zamelt geld in en regelt het hele gebeuren. Ten slotte wordt zijn lichaam overgebracht en wordt hij in Antwerpen begraven.
Dan wordt er een wet opgesteld waarbij onder andere het militiegeld veranderd werd in een pensioen. Nu heeft Alfredje een pensioen wat tot zijn meerderjarigheid aan Bertha wordt uitgekeerd. Maar Bertha reageert hier totaal niet op. Ze komt op een dag langs en vertelt dat zij gaat trouwen, maar toch voelt ze berouw ten opzichte van de familie Verstappen. Wanneer ze eenmaal getrouwd is, brengen zij en haar man Wouters de familie een bezoek. Hij vertelt dat Alfred voortaan niet Verstappen heet maar Wouters. Hij heeft zich laten erkennen als de vader van Alfred.
Moeder is het hier natuurlijk niet mee eens en komt met een stapel documenten aanzetten. Het is een verklaring waarbij de ondertekenaars afstand doen van hun aandeel in het pensioen van hun gesneuvelde broer Willem, dat eigenlijk tot Alfred toebehoorde maar waar hij nu na naamsverandering geen enkel recht meer op heeft. Frans vindt het uiterst vreemd dat er een naamsverandering doorgevoerd kon worden, aangezien Willem de erkende vader was.
Alfred is nu bijna veertien jaar oud. Hij wil graag de zee op maar dat mag niet van Wouters. Dan krijgt Alfred het idee om kok te worden en dat wordt wel gesteund, maar dan wil hij nog steeds de zee op. Met moeder gaat het redelijk, ze onderhoudt het graf van Willem en handelt in bloemen. Dan wordt vader ernstig ziek, hij krijgt kanker. Gelijk komt de zus van Fine vanuit Parijs overgevlogen om te helpen maar wanneer ze weer terug gaat overlijdt hij.

XVI t/m XIII

Moeder moet het huis verkopen.Het interest van die som en haar pensioen zijn echter niet voldoende om van te leven. Wanneer de vijf kinderen hun deel opgeven kan hun moeder boven wonen en het onderste deel verhuren. Ze begint vader te missen en een van de raadsleden die beneden woont eist veel van haar tijd. Ze bezoekt nu twee graven maar ze kan moeilijker de deur uit nu ze inmiddels tweeëntachtig is. Ze wordt echt dement en vergeetachtig. Na haar beroerte krijgt ze een non genaamd Lucie in huis die haar verzorgt, want Fine en Frans kunnen dit niet. Alfred is inmiddels kok geworden en waagt zich op de zee. Bertha komt op een dag huilend bij de familie Verstappen vertellen dat Alfred wil trouwen en zijn geboorteakte aan heeft gevraagd waarop zijn echte geboortenaam stond: Verstappen. Hij werd woest. Bertha vraagt toestemming aan haar man Wouters, die met griep in het ziekenhuis ligt, om Alfred zijn echte naam toe te kennen. Dat vindt hij goed. De vriendin van Alfred is zes maanden zwanger en nu zal zijn kind dus ook Verstappen gaan heten. Maar niet de hele familie heeft hem opnieuw erkend, daar was hij nu te oud voor.
Dan komt er ineens bezoek voor Frans. Het is de heer Goossens van de recherche die de zaak rond Alfred komt onderzoeken. Volgens hem heeft Alfred een klacht ingediend en eist hij het geld op waar hij recht op heeft, wat zijn vader Willem heeft nagelaten. Frans vertelt Goossens het hele verhaal. Vervolgens ontvangt moeder een brief waarin staat dat zij nooit recht heeft gehad op het pensioen waar ze nu van leeft omdat ze al die tijd wist dat Alfred de zoon van Willem was dus het geld voor hem was. Nu moet ze het volle bedrag terugbetalen. Frans neemt haar verdediging op zich en gaat aan de slag. Hij weet de Commisie niet over te halen. Ze kunnen dus kiezen voor een hypotheek of verkoping van het huis. Ze kiezen voor de hypotheek en moeder kan met Lucie haar laatste jaren verslijten.

3. Personages

De hoofdfiguur in deze roman is een oude vrouw die in Antwerpen woont. Wanneer een zoon in de oorlog als gevangenen in Duitsland sterft, palmt zij het pensioen dat toekomt aan haar onwettige kleinzoon Alfred. Wanneer Alfred volwassen is en zelf wil trouwen komt haar gerommel aan het licht en het ‘wrak’ zoals ze genoemd wordt, wordt veroordeeld om alles wat zij in die jaren ontvangen heeft aan pensioen, terug te betalen. Ze wordt ook af en toe aangeduid met ‘monster’ omdat ze geen genade kent. Wanneer Wouters Alfred als zijn zoon erkend neemt zij afstand van haar kleinzoon, terwijl ze eerst dol op hem was. Het lijkt net alsof het haar niets doet.

Je kunt vast stellen dat haar maatschappelijke positie in het begin van het verhaal goed is en later steeds minder wordt. In het begin van het verhaal wordt al gelijk duidelijk dat de ik-figuur veel respect heeft voor zijn schoonmoeder maar dat ze eigenlijk erg sluw is.

“Zoo spoort zij mijn vrouw tot wandelen aan, liefst met de kinderen, omdat het zoo gezond is en de zinnen verzet, beweert zij. In werkelijkheid wil zij alleen zijn om een smokkelzak te vullen die onder hare rokken bengelt.” (p. 17)

Niets is haar te zwaar of te min. Wanneer zij problemen heeft met een instantie kan zij gaan smeken, vleien, huilen, liegen, uren staan wachten voor de deuren. Ze doet werkelijk alles om haar zaak gedaan te krijgen. Er worden in het verhaal totaal geen uiterlijke kenmerken van deze vrouw gegeven.

De ik-figuur laat zijn respect merken wanneer het gaat over haar moederschap. Ze is erg zorgzaam voor haar zoon Willem. Ze stuurt hem van alles zoals eten en kleren.

“Of hij dikwijls van zijn moeder gesproken had? (…) Zijn pakjes waren legendarisch en hijzelf werd ten slotte Pakje genoemd. (…) Zij hadden dan ook meer dan eens op Pakje’s moeder getoost en de hoop uitgesproken dat zij nog lang mocht leven, in ieder geval zoo lang de oorlog duren zou.” (p. 45)

Wanneer ze erachter komt dat hij overleden is kan ze niet ophouden met praten over haar lieftallige zoon. In plaats van in diepe rouw weg te kwijnen organiseert ze een groot welkomsfeest voor het stoffelijk overschot dat naar Antwerpen overgebracht wordt. Dit getuigt van enorm doorzettingsvermogen en organisatievermogen. Het is een zeer sterke vrouw. Wanneer haar man overlijdt, heeft ze niet genoeg bezigheid en heeft ze ook niet meer de pit om elke dag de graven van haar zoon en man te bezoeken. Ze ziet er soms neerslachtig uit en zegt steeds dat ze ten tijde van haar man een heel ander leven leidde. Ze leest nu regelmatig haar kerkboek, soms in het Vlaams anders in het Latijns. Wanneer zij tweeëntachtig jaar is, krijgt zij een non in huis die voor haar zal zorgen. Ze wonen samen op de bovenverdieping. Maar een non hoorde eigenlijk niet bij haar maatschappelijke stand. Ze was een middenstander.

“De Raad vond dat een non boven moeder’s stand ging. Alleen betere lui zag je ’s ochtends aan den arm van zoo’n zuster in ’t zonnetje wandelen en de buren zouden zeggen dat het niet op kon.” (p. 72 bovenaan)

Marias Verstappen-Hellemans, weduwe van een oud-gediende van de oorlog in 1870, ze is nu inmiddels vierentachtig jaar. Ze is enorm afgezwakt door ouderdom en speelt ook actieve rol meer in het verhaal. Haar geldprobleem natuurlijk wel. Want ze krijgt het bericht dat het pensioen wat ze ontving in zijn geheel terugbetaald moet worden aan haar kleinkind Alfred.

De tweede personage is de ik-figuur genaamd Frans Laarmans. Het hele verhaal wordt vanuit zijn perspectief verteld. Aan het begin van het verhaal zien we gelijk dat hij een alwetende ik-verteller is.

“Ik herinner mij nu zijn laatste bezoek weer min of meer.” (p. 9)

Maar dit perspectief wisselt door het hele verhaal heen van belevend naar achteraf vertellend, ook deels analyserend. Hij geeft bij sommige situaties aan wat de personen in die kwestie hadden moeten doen.

“Dat de burgelijke stand schuld had aan de heele zaak want die had aan Wouters niet mogen vragen of hij dien jongen wilde erkennen. Hij was immers door Willem reeds erkend? En Bertha, die dat wist, had toen moeten spreken. Aan dat alles had dat oude koppel geen schuld.” (p. 84)

Verder geeft hij aan dat zijn gezin uit vijf personen bestaat dus dat zou inhouden dat hij drie kinderen heeft. Zijn vrouw heet Fine en ze wonen in Antwerpen. Hij is de verteller in dit verhaal en het draait allemaal om zijn schoonmoeder. Over zijn eigen familie wordt vreemdgenoeg niets beschreven. Ook noemt hij zijn schoonouders ‘vader’ en ‘moeder’ waardoor de lezer in het begin de indruk krijgt dat het zijn eigen ouders zijn. Zijn rol in de familie is erg groot en zijn schoonvader vraagt hem regelmatig om advies. Wanneer hij Bertha helpt met haar militiegeld verliest hij het vertrouwen van zijn schoonouders.

“Waar bemoeide ik mij mede? Ik was toch slechts aangetrouwd en dus niet rechtstreeks geďnteresseerd? En ik kon niet ontkennen dat moeder, door mijn optreden in zake dat militiegeld, reeds een eersten schadepost geboekt had.” (p. 48)

Toch gedraagt deze Frans zich gedurende het verhaal zeer passief. Hij is na eigen zeggen meer een man van woorden dan van daden. Ook al helpt hij hier en daar zijn familie, rekent hij de eventuele fouten toch aan hunzelf toe.
Zijn relatie tot zijn vrouw lijkt goed te zijn, maar dit is niet relevant voor het verhaal. Het draait immers allemaal om de financiële zaken van haar moeder.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.