Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij
een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen! Het invullen duurt ongeveer een kwartiertje.
Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 24 maart 2005 |
Niveau: | 5 havo |
Taal: | |
Woorden: | 5137 |
Opvragingen: | 3866 (11 deze maand) |
Waardering: |
Hella S. Haasse
FENRIR
Een lang weekend in de Ardennen
Samenvatting
Matthias Crone bezoekt op 25 september een concert van de pianiste Edith Waldschade. Zijn belangstelling voor deze vrouw is gewekt door een interview met haar. Ze vertelt daarin dat ze wolven heeft, en aangezien hij bezig is met een encyclopedie over wolven, wil hij graag meer van haar weten.
Het lijkt Matthias onwaarschijnlijk dat Edith Waldschade daadwerkelijk wolven in haar achtertuin heeft. Hij weet dat ze moeilijk benaderbaar is en hoopt door zijn aanwezigheid bij het concert meer van haar te weten te komen. Het concert valt tegen: technisch speelt Edith goed maar haar spel mist gevoel. Ze maakt een gespannen en gehaaste indruk.
Als Matthias de volgende dag met een brief naar haar hotel gaat, blijkt ze te zijn vertrokken naar haar landgoed Breidablick in de Belgische Ardennen. De avondkranten melden dat zij haar tournee heeft afgebroken.
Op het moment dat Matthias er zich bij neergelegd heeft dat hij Edith Waldschade geen plaatsje in zijn wolvenencyclopedie kan geven, stuit hij op de naam Erik Waldschade, een geleerde die in de jaren dertig werk publiceerde over middeleeuwse volksgebruiken. Waldschade schreef over magische praktijken in verband met wolven, zoals door de mannenbonden in het voorchristelijke Noord-Europa, die de wolf als totemdier hadden genomen.
Op 24 september schrijft Edith Waldschade een brief aan haar al twintig jaar vermiste geliefde Jon. Ze is op een keerpunt in haar leven gekomen, want ze wil breken met haar zus en zwager die met hun dochter ook op het landgoed wonen. Ze wil hun deel van Breidablick kopen omdat hun levensvisie zoveel verschilt dat het tot conflicten en onenigheid leidt. Ze vertelt Jon ook over de wolven die ze na zijn verdwijnen in Canada gekocht heeft als pup, nadat hun moeder door jagers is gedood
Op 22 september verschijnt er een krantenartikel onder de titel Bijeenkomst van 'Nieuwe heidenen' in de Belgische Ardennen? Het beschrijft het herfsteveningsfeest gevierd door een tot dan toe onbekende natuurgodsdienstige sekte. Gerda Blanck (Ediths zus) is de organisator. In het artikel worden de naam van Erik Waldschade en zijn dochter Edith genoemd. Er wordt opgeroepen op te passen voor een extreem rechtse vrijplaats op het landgoed.
In de nacht van 25 op 26 september schrijft Edith weer een brief aan Jon. Ze vertelt hierin dat ze een krantenknipsel heeft toegestuurd gekregen over een bijeenkomst op Breidablick. Ze heeft hierop haar tournee afgebroken. Ze voelt zich verraden door haar zus Gerda. Ze weet dat haar vader dit soort bijeenkomsten verafschuwde.
Op 28 september komt er een man bij Edith langs. Het blijkt haar tot nu toe onbekende halfbroer Erwin te zijn, de zoon van Eriks eerste vrouw Susie Keilheber. Hij heeft al enige tijd contact met Gerda en haar man Egon en is degene die Edith het krantenartikel heeft toegezonden.
Op 3 oktober wordt ontdekt dat de wolven zijn verdwenen. Het hek van hun verblijf stond open. Eén wolf is door een vrachtwagen overreden. Erwin suggereert dat Egon en Gerda daar schuld aan hebben. Erwin zegt Breidablick te willen behouden en te willen delen met Edith. Hij wil Gerda en Egon in ruil voor hun deel een landgoed in Zweden aanbieden. Edith weigert dit.
Egon en Gerda willen niet van Breidablick vertrekken, hoewel ook Gerda vindt dat haar feest uit de hand is gelopen. Ze heeft plannen voor een huttendorp voor Oerhemers.
Op 12 oktober vindt Erwin Edith in het bos, waar ze treurt om haar wolven. Hij vraagt naar haar verhouding met Jon en of Jon op de hoogte was van de theorieën van haar vader. Er ontstaat een ruzie over mensenrassen. Erwin beweert dat Erik sprak over superieure rassen. Edith daagt hem uit dat te bewijzen met boeken uit Eriks bibliotheek, maar Erwin zegt dat daar al een hoop uit verdwenen is.
Op 14 oktober, drie weken na het concert, gaat Matthias uit. Hij ontmoet een oud-klasgenoot Rollo Bleys. Rollo laat zich inhuren om op manifestaties te provoceren en op deze wijze geweld uit te lokken. Hij vertelt onlangs een opdracht te hebben gekregen wolven neer te schieten op particulier terrein. Het blijkt dat Siv, Gerda's dochter, hem benaderd heeft. Rollo stelt Matthias voor een lang weekend naar het landgoed te gaan.
Rollo en Matthias arriveren op 17 oktober op Breidablick. Siv ontvangt ze. Matthias wil Edith spreken maar die is volgens Siv onbenaderbaar.
Matthias spreekt met Siv over het oerheemfeeest. Siv vertelt dat de bijeenkomst werd verstoord door mannen met dierenmaskers. Er was paniek. In de wolvenkamp is iets vreselijks gebeurd waardoor de wolven zijn gevlucht. Matthias gelooft Sivs verhaal niet. Hij gaat de bibliotheek van Erik Waldschade binnen. In deze ruimte kan hij een gesprek horen in de aangrenzende kamer. Edith en Gerda zijn in een heftige discussie verwikkeld. Het gaat over de hondenkennel. Als Gerda Ediths kamer heeft verlaten, betrapt Edith Matthias in de bibliotheek. Hoewel ze boos is, nodigt ze hem toch uit in haar studio. Matthias vertelt dat het hem om de wolven gaat. Omdat Matthias Fenrir op het schilderij heeft herkend, krijgt hij de sleutel van de bibliotheek.
De volgende dag, 19 oktober, duikt Matthias helemaal in de boeken. Hij ontdekt de opzet van een roman die Erik ooit maakte. De hoofdpersoon trouwt een zwanger meisje uit morele overwegingen. Zijn stiefzoon wordt geboren met een hazenlip. Dan stopt het verhaal en gaat verder met de herinneringen van Erik aan een oogstfeest dat hij met zijn studenten meemaakt. Het feest loopt uit de hand en de studenten verkrachten een meisje. Erik voelt zich verantwoordelijk en trouwt het meisje.
Tijdens de gezamenlijke maaltijd ontmoet Matthias Sivs ouders. De sfeer is erg bedrukt en dan gilt Siv dat er een mensenhoofd in de buurt gevonden is. Het blijkt dat de familie anonieme brieven en telefoontjes kreeg.
Erwin heeft de laatste brief van Jon, die Edith verscheurd had en vervolgens kwijtgeraakt was, gevonden en geplakt en overhandigt hem haar.Hieruit blijkt dat Jon zich in Israël onder druk gezet voelt door zijn zuster. Ze heeft informatie over Ediths vader ingewonnen en verwijt hem niet joods genoeg te zijn. Ze vindt Ediths vioolspel mooi, maar stelt dat de mens erin ontbreekt. Jon begint te twijfelen en vraagt zich af of Edith en hij samen een toekomst hebben.
Erwin verklaart Edith dat hij in de oorlog woonde bij een gezin waar joden ondergedoken waren: Jon en zijn zuster. Edith vraagt of hij meer over Jon weet. Erwin blijkt contact te hebben gehad met Jons zuster en haar de informatie over Erik te hebben toegestuurd. Het auto-ongeluk van Jon en diens zuster is volgens Erwin een dubbele zelfmoord geweest.
Edith heeft van Matthias de tekst van haar vader over het oogstfeest gekregen en zegt tegen Erwin dat hij haar halfbroer niet is. Erwin wist dit, maar is woedend dat Edith het blijkt te weten. Juridisch blijft hij haar halfbroer.
Rollo en Matthias willen tot Sivs grote woede de volgende dag Breidablick verlaten. Om de slechte sfeer op het landgoed te ontvluchten gaan ze naar een restaurantje in de buurt. Ze vernemen er dat daar een journalist logeerde die aanwezig was op het oerheemfeest, maar niet is terugkomen, niet heeft betaald en ook zijn auto niet heeft opgehaald. Rollo denkt dat hij is vermoord, Matthias niet.
De ochtend van 20 oktober gaat Matthias vroeg joggen en stuit daarbij op twee wolven, ze lijken gewond. Hij gaat snel naar het huis terug om Edith te waarschuwen. Er ontstaat een complete chaos op Breidablick. Er arriveren Franstalige gendarmes. Matthias ziet hoe Rollo door gendarmes wordt meegenomen. Hij blijkt Erwin te hebben neergeschoten. Twee verdoofde wolven worden naar een dierenhospitaal afgevoerd. Op deze tocht vergezelt Matthias Edith. Een van de wolven gaat dood. Het is echter een zwarte wolf, dus geen wolf van Edith.
Op 21 oktober pakt Matthias zijn spullen en verlaat Breidablick. Siv klampt hem aan. Ze vertelt een nog gruwelijker verhaal over het feest: ze heeft haar oom Erwin gezien met een dierenkop en bebloede handen en kleren. Matthias raadt haar aan te getuigen in de zaak tegen Rollo.
Er arriveren twee mannen die barakken zouden hebben moeten bouwen. Erwin blijkt asielzoekers te hebben uitgenodigd op Breidablick: Egon is bedrogen. Matthias bezoekt Rollo. Hij vertelt Erwin te hebben beschoten omdat deze zijn geweer op Edith gericht had. Rollo vraagt Matthias de verdwenen journalist op te sporen. Matthias keert terug naar Amsterdam. Hij weet niet of hij Rollo moet geloven.
Twee maanden later, het is dan december, zoekt Edith Erwin op in een herstellingsoord in de Achterhoek. Inmiddels heeft Erwin een andere plaats voor de asielzoekers gevonden in de buurt van het huis dat Ediths vader bewoonde voor Breidablick, gelegen in het dorp waar Matthias vandaan komt. Matthias is nog steeds niet in het reine gekomen met de gebeurtenissen op Breidablick. Ook heeft hij Rollo niet kunnen helpen. Hij probeert via bestudering van het werk van Erik Waldschade het raadsel op te oplossen, maar hij vindt weinig tot hij in een krantenarchief een foto van een concert van Edith en Jon tegenkomt. In het publiek herkent hij Erwin die kijkt naar het tweetal met de blik van een roofdier dat zijn prooi in het oog heeft.
In Matthias' dorp wordt geprotesteerd tegen de komst van Erwins asielzoekerscentrum. Matthias wordt door de redactie van zijn krant op onderzoek gestuurd. Het pand voor de asielzoekers is gekocht door de firma Keilheber. Matthias kent de naam, maar weet niet waarvan. In zijn artikel pleit hij voor een antecedentenonderzoek naar deze firma. Hij vermoedt een spoor te hebben gevonden.
Tijd
De vertelde tijd is van 24 september tot in december. Het lange weekend in de Ardennen, de tijd dat Matthias en Rollo daar verblijven, loopt van 17 tot en met 21 oktober.
Het verhaal wordt niet helemaal chronologisch verteld; in de eerste drie hoofdstukken ga je telkens een paar dagen terug. Daarna verloopt het verhaal wel chronologisch.
Er wordt in het boek geen jaartal genoemd. Maar in het verhaal is sprake van vluchtelingen uit Kosovo en activiteiten van ultrarechtse Vlamingen. Het verhaal zou zich dus afspelen in de tweede helft van de jaren negentig.
Ruimte
Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af op in de villa Breidablick en op het landgoed zelf in de Belgische Ardennen.. Breidablick is een landgoed dat de twee zussen Edith en Gerda van hun vader hebben geërfd. Het is heuvelachtig en bebost met dennenbomen, en een paar hectare groot. Het wolvenkamp is omheint door driedubbel ineengedraaide strengen ijzerdraad.
Verder speelt het verhaal zich nog even af in het ziekenhuis, gevangenis en een hotel-restaurant in België.
Perspectief
Het perspectief waarin het verhaal geschreven is wisselt voortdurend. Soms lees je mee door de gedachten en waarnemingen van Edith, bijvoorbeeld als ze een brief aan Jon schrijft; ‘Die man, Erwin Waldschade, loopt met een geweer rond in het bos. Er gaat geen dag voorbij waarop hij niet probeert een gesprek met mij aan te knopen.’ Ook is er soms sprake van een onbekende verteller. In dit geval staat de tekst, die meestal uit handelingen van een persoon bestaat, tussen haakjes; (Edith, die vreest dat hij zijn obsessie met raskenmerken weer te berde zal brengen, geeft haastig het gesprek een andere wending) Maar nog het meest is er sprake van een perspectief vanuit Matthias, niet als ik-persoon, maar de verteller weet alles wat Matthias denkt; ‘Hij begreep wel dat hij haar niet te spreken zou krijgen wanneer zij dacht dat het hem te doen was om een interview van de gebruikelijke soort.’
Thema
Een belangrijk thema van het verhaal is familiedrama. Er is een voortdurend gevecht om Breidablick. Edith, Gerda en Erwin vinden alledrie dat ze recht hebben op het landgoed, en willen het allemaal voor verschillende doeleinden gebruiken.
De wolf is ook belangrijk in het boek. Zie hiervoor motieven.
Het verhaal speelt tegen een achtergrond van rassenvooroordelen. In de Ardennen protesteert men tegen de oerheemfeesten die herinneringen oproepen aan de ideologie van de nazi’s. In Overijssel protesteert men tegen de komst van asielzoekers. Een verdeling in een goed kamp en een slecht kamp maakt Haasse echter niet.
Motieven
De wolf is het belangrijkste motief in het boek. Erik Waldschade bestudeerde oude volksgebruiken rond de wolf. Zijn dochter Edith heeft drie jonge wolven gekocht, die ze op het terrein rond haar verblijf in de Belgische Ardennen houdt. Matthias Crone wil een beter begrip voor wolven bewerkstelligen door het maken van een wolvenencyclopedie. De wolf komt ook voor in mensenlichaam; Erwin Waldschade wordt in het verhaal door de schrijfster zelf als mogelijke weerwolf afgetekend. Hij heeft een hazelip, is listig en besluipt iedereen van achteren.
Het zoeken naar de waarheid is ook een belangrijk motief. Elk personage heeft zijn eigen ideeën over de gebeurtenissen op Breidablick. Bijvoorbeeld dingen als: Wie is Erwin Waldschade nou eigenlijk? Wat is er gebeurd tijdens de Oerheembijeenkomst die Gerda organiseerde? Matthias Crone neemt de taak op zich om de werkelijke waarheid te achterhalen.
Personen
Edith Waldschade
Ze is een bekende pianiste. Als ze niet op tournee is, verblijft ze op Breidablick. Ze heeft een slechte band met de familie Blanck, en het contact met haar moeder is geheel verbroken. Haar grote liefde Jon is spoorloos verdwenen. Soms schrijft ze hem brieven die ze niet opstuurt. De enige relatie waar ze haar gevoel in kwijt kan, is die met haar drie wolven. Ze zijn voor haar een bron van verrassing en troost, herstellers van een evenwicht want: 'mijn hele jeugd heeft in het teken gestaan van de wolf als aartsvijand, als symbool van macht die alle leven op aarde bedreigt'. Als de wolven verdwijnen is ze radeloos. Ze weet niet wat ze van het bezoek van Matthias, Rollo en Erwin Waldschade moet denken.
Erwin Waldschade
Hij beweert Ediths halfbroer te zijn. Hij heeft een hazenlip, draagt zijn haar lang en is van Oost-Europese afkomst. Hij meent dat hij ook recht heeft op een deel van Breidablick, en eist dat op bij Edith. Maar doordat hij Edith probeert te overtuigen dat de opvattingen van haar vader racistisch waren, wordt de kloof tussen hen steeds groter. Hij is opgevoed met de rassenleer dat er maar 1 ras superieur is en dat is het Germaanse ras. Over deze ideeën laat hij zich dan ook regelmatig uit. Erwin blijkt contact men Jons zus gehad te hebben. Doordat hij informatie over Jon bezit, heeft hij een soort macht over Edith. Hij vindt zichzelf een listig iemand; sluipen is zijn manier van benaderen. Hij suggereert dat Eriks ideeën fascistisch waren en heeft zich om zijn Slavische afkomst en hazenlip altijd inferieur aan zijn vader gevoeld.
Matthias Crone
Matthias is sinds zijn jeugd in de ban van wolven. Hij wil ze beschermen in hun voortbestaan en tegen de onwetendheid van mensen. Als assistent-redacteur Necrologie en Herdenking, journalist dus, bij een middelgrote krant heeft hij voldoende gelegenheid onderzoek te doen naar de wolf in de literatuur. Hij wil bijdragen aan begrip voor de wolf en werkt aan een wolvenencyclopedie, waarin hij alles wil verzamelen wat er over wolven gezegd en geschreven is.
Hoewel hij andere normen en waarden heeft dan zijn leeftijdgenoten, wordt hij wel door zijn omgeving geaccepteerd. Het is een sympathieke, aantrekkelijke jongen. Hij ziet er jong en slungelachtig uit, heeft dik donker haar, opvallend blauwe ogen en een ‘slordige jongensmond’. Hij heeft binnen het verhaal de rol van waarnemer, onderzoeker en verslaggever. Vroeger woonde hij in een gelders dorp in de Achterhoek, zijn ouders hebben daar een apotheek. Tegenwoordig woont hij in de Amsterdamse Pijp in een kleine huurkamer.
Rollo Bleys
Is een oud-klasgenoot van Matthias. Hij is rossig, maar scheert zijn hoofd kaal. Hij heeft verschillende connecties met het criminele circuit. Hij laat zich inhuren als infiltrant bij manifestaties om provocaties uit te lokken. Waar Matthias de positieve kant van gebeurtenissen ziet, heeft Rollo oog voor de duistere kant. Matthias weet niet of hij Rollo kan vertrouwen.
Gerda Blanck
Heeft heel andere opvattingen dan haar zus Edith. Hoewel ook zij naar het conservatorium gaat, interesseert het klassieke repertoire haar niet. Ze legt zich toe op folkloristische liederen en gegeleidt ichzelf op een kleine harp. Ook is ze nogal in de ban van de oud Noorse goden en rituelen, die ze regelmatig uitvoert. Haar vader Erik vreesde dat ze zich over zou geven aan mystieke verheerlijking van oeroude zeden en rituelen, en terecht.
Ze wil graag het landgoed Breidablick voor haar alleen hebben, om er een huttenkamp voor Oerhemers te plaatsen.
Egon Blanck
De man van Gerda. Hij vervult graag de rol van landgoedeigenaar, maar verzet eigenlijk vrij weinig werk. Hij heeft plannen om op Breidablick een kennel te beginnen en denkt dat Erwin hem daarin steunt.
Siv Blanck
Is de dochter van Gerda en Egon. Ze wordt voorgesteld als een verwend en arrogant kind, dat slechts aan haar eigen belang denkt. Zo zegt ze tegen Rollo: ‘Over wachten gesproken. Jij had me ook wel eerder kunnen opbellen.’ Ze wil graag bekend worden. Matthias moet haar carrière op gang brengen door haar verhaal over de gebeurtenissen tijdens het oerfeest te publiceren. Ze vindt de rituelen van haar moeder erg raar en verafschuwt de omgeving en het huis.
Titelverklaring “Fenrir”
In de villa van Edith Waldschade hangt een imponerend doek van de wolf Fenrir. Met de titel word verwezen naar deze wolf, in de Germaanse mythen een gigantisch monster. Deze reusachtige oerwolf zou de zon verslinden. Hierdoor wordt alles herboren; de zon, goede dingen, slechte dingen en ook Fenrir zelf. Het symboliseert een eeuwige kringloop.
De ondertitel ‘Een lang weekend in de Ardennen’ slaat vanzelfsprekend op het verblijf van Matthias en Rollo op Breidablick.
Citaten:
Bij deze speciale opdracht laat ik de obsessie van Matthias voor wolven goed zien dmv citaten.
Citaat 1, blz 5. “Hij las alles over wolven, ging ze bekijken in dierentuinen, zou ze het liefst in het wild bestuderen.”
Als je dit leest wil je al bijna gelijk spreken over een obsessie van Wolven.
Citaat 2, blz 5. “Met de onnozele Roodkapje had Matthias zich zelfs als kleuter niet kunnen vereenzelvigen. Integendeel, iedere keer wanneer hij het verhaal hoorde vertellen of voorlezen had hij gedacht: de wolf zou mij niet opeten.”
Zelfs als klein kind geloofde hij niet dat de grote boze wolf hem ging opeten!
Citaat 3, blz 6. “Want dat er sprake was van een veelbetekenende relatie tussen hemzelf en wolven stond voor hem vast.”
Hier zegt hij in andere worden dat hij een obsessie heeft voor wolven..
Citaat 4, blz 6. “De wolven deden een beroep op hem. Hij zag ze als schepsels die zich ontrokken aan iedere poging tot domesticatie, ongetemde bloedverwanten van de onderworpen en al te vaak tot een karikatuur van zijn oorspronkelijke aard en gedaante gefokte hond. Zij kenden van nature begrippen als saamhorigheid en discipline, en vormden een onmisbare schakel in de voedselketen van woud en veld. Alleen door doodsnood gedreven waren zij een gevaar voor de mens.
Met citaat 4, verdedigt Matthias de wolven. Hij zegt dat de wolven alleen de mensen aanvielen als ze noodgedwongen waren
Citaat 5, blz 7. “Matthias was gefascineerd door de uitersten in wolvengedrag zoals hij die tegenkwam in literatuur, mythologie, en in berichten van onderzoekers. Tegenstrijdige voorstellingen: wolven, die met gloeiende ogen, bloeddorstig, snel als de wind over besneeuwde vlakten achter een slede of een ruiter aanjagen…maar ook dat de wolvin die Romulus en Remus zoogde, het klassieke voorbeeld van vaker bij die dieren waargenomen moederlijke zorg voor hulpeloze jongen van een ander soort.”
Hij vindt het prachtig om dit soort dingen te lezen. Zijn wolven obsessie is echt erg groot.
Citaat 6, blz 9. “In knipselmappen en plakboeken verzamelde hij alles wat betrekking had op vossen en wolven, vooral wolven.”
Dit is ook een goed kenmerk van een obsessie; hij verzamelde alles wat betrekking had op vossen en wolven.
Citaat 7, blz 9. “Toen hij na zijn eindexamen tijdens een zomertrektocht in de Aveyron een groep van wetenschappers en journalisten ontmoette die zich inzette voor de terugkeer van de wolf in beschermde natuurgebieden wist hij al wat hij wilde: via de publiciteit bijdragen tot kennis over begrip voor dat fascinerende, miskende en met uitroeiing bedreigde dier!”
Matthias is dus vooral journalist geworden zodat hij de wolven kan helpen. Zo kan je goed zien hoe groot die obsessie van hem is voor wolven.
Citaat 8, blz 11. “Op grond van die overwegingen werd hij overgeplaatst naar Necrologie en Herdenking, waar zijn kwaliteiten van pas kwamen. Zelf had hij dat geen slechte ruil gevonden. Het gaf hem de gelegenheid naar bibliotheken en archieven te gaan, en passant gegevens te verzamelen over de dingen die hem het meest interesseerden. Hij werkte aan een wolvenencyclopedie waarin hij alles wat ooit over die dieren geschreven en gezegd was wilde opnemen. Voortdurend verbaasde het hem hoe ontzaglijk rijk dat materiaal was. Historie, orale traditie, sprookjes, folklore en bijgeloof!”
Hij werd dus overgeplaatst naar Necrologie en Herdenking. Dit vond hij wel prima omdat hji dan in Archieven informatie over wolven kon opzoeken. Het lijkt wel of hij nergens anders aan kan denken.
Citaat 9, blz 13. “Het boek bevatte een overweldigende hoeveelheid negatieve gegevens over wolven en hun gewoonten, en scheen in alle opzichten de voorstelling te bevestigen van de wolf als een ontembaar woest roofdier, dat profiteert van al wat de mens en zijn kudden bedreigt: hongersnood, epidemieën, oorlogen, strenge winters. Maar aan de andere kant meldde Waldschade ook, hoe in vroeger eeuwen mensen zich bij bepaalde gelegenheden juist in wolfsvacht hulden om boze machten te verjagen, en hoe zij, na het maaien van het rijpe graan, de laatste schoof, de ‘strowolf’ onder eerbetoon bewaarden als waarborg voor een goede oogst in het volgende jaar. Die dubbelzinnigheden van het beeld van de wolf – zowel woudschrik als beschermgeest, vriend en vijand in een gedaante verenigd – gaf een nieuwe impuls aan Matthias’ onderzoeksdrang.”
Matthias blijft maar verder gaan met die wolven. Elk nieuw iets over wolven stort hij zich volledig op.
Citaat 10, blz 21. “In de hal van mijn huis in de Ardennen, waar jij nooit geweest bent, hangt een reusachtig doek van een Duitse schilder uit de 19e eeuw. In een hemel vol woeste donkere wolkenmassa’s bespringt een monsterlijke zwarte wolf met opengesperde muil en uitgestrekte klauwen de ondergaande zon.
Tot mijn vroegste herinneringen hoort het ogenblik waarop mijn vader mij vertelde van de Wolf Fenrir, die jaar na jaar probeert de zon te verslinden. De zon verliest aan stralenkracht, dooft tot een bloedrode bol, weerloze prooi van het ondiere. Oorlog en rampen teisteren de wereld, kinderen vermoorden hun ouders, broers slaan elkaar dood, ‘de mens is de mens een wolf’, een ijskorst bedekt de aarde, en dan wordt het voor lange, lange tijd nacht.”
In dit fragment wordt de wolf Fenrir beschreven.
Citaat 11, blz 46. “ ‘Ik heb je laatst gezegd dat ik een Einzelganger ben. “A lone wolf”. Dat beeld moet jou aanspreken. De wolf die door de horde uitgestoten is, omdat hij weigert de regels te accepteren, en zich te onderwerpen aan het dominante individu van zijn groep. Als hij genoeg heeft van zijn eenzaamheid, moet hij zijn kop buigen, of zelf de dominante rol voeren.’ ”
Citaat 12, blz 53. “Bij de tafels met opvallender uitgestalde, duurdere boeken werd zijn aandacht getrokken door een omslag waarop een wolf was afgebeeld.”
Hij gaat kraampjes af, met de hoop boeken te vinden over wolven.
Citaat 13, {dialoog tussen Matthias en Rollo}, blz 68. “ ‘Wat ik haar verteld heb over de dingen die ik doe, weet ik niet meer, maar opeens vraagt ze mij of ik een paar wolven wil komen neerschieten, in een particulier park, in de Ardennen… bij haar thuis.’
‘Matthias kon zijn oren niet geloven. ‘In de Ardennen? Waar dan?’
‘Weet ik niet meer. Ze heeft me een papiertje met het adres gegeven. Ik heb niets beloofd. Wat moet ik met zo’n maffe opdracht.’
‘Is haar achternaam soms Waldschade?’
Normaal is Matthias niet het type om zich met dit soort zaken te bemoeien, maar omdat het over wolven gaat wil hij wel even kijken wat er precies aan de hand is.
Citaat 14, blz 69. “De kans leek hem inderdaad groot dat het om het landgoed van Edith Waldschade ging. Wat speelde zich daar af, wie was die ‘wilde meid’ die een huurmoordenaar voor de wolven besteld had?
Omdat het over wolven gaat raakt Matthias steeds meer geïnteresseerd.
Citaat 15, blz 69. “zei Rollo plotseling: ‘Waarom gaan we niet eens kijken? Tenslotte ben ik uitgenodigd. Wat zeg je van een lang weekeind?’ “
Dit vindt hij prima. Hij gaat ervanuit dat hij hierdoor nog meer leert over wolven.
Citaat 16, blz 80. “Hij bekeek de ander met gemengde gevoelens: weerbarstig respect voor Rollo’s lef, en geamuseerde nieuwsgierigheid naar diens exploten sloten een flinke dosis wantrouwen niet uit. Wat Matthias in zich had aan lust gaf de doorslag. En het resultaat zou – verwachtte hij – een aantal wetenswaardigheden over wolven zijn.
Het gaat hem alleen maar om de wolven. Als hij hierdoor niet meer dingen over wolven te weten kwam had hij het niet gedaan.
Citaat 17, blz 86. “Hij kon zich onmogelijk voorstellen dat Edith Waldschade betrokken was bij het gebeurde, zelfs niet om Sivs boze plannen te dwarsbomen, Vrijlaten betekende een zekere dood voor wolven die aan een beschermd bestaan in luxe gevangenschap gewend waren. Hij wilde het liefst dadelijk naar de pianiste toe, om met haar te overleggen hoe de twee overgebleven dieren – als die tenminste nog in leven waren – gered konden worden.”
Hij heeft zo’n belangstelling voor die wolven. Hij wil heel graag dat ze in leven blijven, de rest maakt niet zoveel uit.
Citaat 18, blz 88. “Aan zijn rechterhand meenden hij een hoge afrastering van metaalvlechtwerk te onderscheiden. Dat moest zijn wat hij zocht: het wolvenverblijf. Hij liep erheen, en volgde het hek, met zijn hand schurend langs de sterke, driedubbel ineengedraaide strengen ijzerdraad, Nu kon hij vaststellen dat het voor de dieren bestemde stuk bosgrond werkelijk een grote oppervlakte besloeg. Hij bleef staan bij de toegangsdeur, die open was. Instinctief maakte hij geluiden waarmee hij in de dierentuinen het vertrouwen van wolven trachtte te winnen, waagde zelfs sotto voce een versie van hun langgerekte gehuil, in de hoop dat de ontsnapte dieren misschien de weg naar hun domein hadden teruggevonden, en zich zouden late zien.”
Hij probeerd er van alles aan te doen zodat de wolven terug komen.
Citaat 19, {dialoog tussen Matthias en Rollo}, blz 90. “ ’Over die wolvenkwestie wil ik wel schrijven, als ik tenminste mevrouw Waldschade te spreken kan krijgen. Maar het rare gedoe van die Oerheem-fanaten, of wat het voor lui zijn, interesseert me niet. Dat zijn ongevaarlijke gekken.’
‘Ze worden interessant als jij er gevaarlijke gekken van maakt.’
‘Zolang die mensen zich uitleven op privé-terrein en niemand kwaad doen, gaat het mij niet aan.’
‘Heel braaf, hoor. Maar niet slim. Je laat een kans liggen. Er zit volgens mij meer in dan je denkt. Die folklore kan een dekmantel zijn.’
‘Siv overdrijft. Of fantaseert er gewoon op los. Dat vond jij eerst ook.’
‘Ze is best bereid nog wat meer te overdrijven. En daar kan je wat mee.’
‘Dat zijn smerige trucs.’
‘Je hoeft alleen maar een balletje aan het rollen te brengen. De rest komt vanzelf wel. De Blancks en Waldschade zijn hier blijkbaar allesbehalve populair. Wedden dat je nog x-maal zoveel kopij cadeau krijgt als je wat research doet in de buurt.’
‘Godallemachtig, waar zie je me voor aan,’ zei Matthias boos.”
Het gaat Matthias alleen om de wolven, niet om het waarschijnlijk doorslaggevende interview waar hij dan erg rijk mee zou kunnen worden.
Citaat 20, blz 94. “Wat een materiaal voor aantekeningen lag daar voor het grijpen! Hij was nu bereid om Siv te interviewen, niet een keer, maar desnoods gedurende een hele week, in ruil voor een langer verblijf op Breidablick, zodat hij in deze unieke verzameling vakliteratuur op zijn gemak kon zoeken naar gegevens voor zijn wolvenencyclopedie.”
Hij wil zelfs Siv interviewen, zolang hij maar in de bibliotheek naar informatie mag gaan zoeken voor zijn wolvenencyclopedie.
Citaat 21, blz 131. “Ondanks de dufheid in zjin hoofd wilde Matthias niet blijven liggen. Hij rekende erop dat het ecologieteam hem zou toestaan mee te gaan wanneer hij het op zoek ging naar de wolven.”
Ondanks dat hij moe is wil hij graag mee gaan. Helpen de wolven te redden, zorgen voor nieuwe levenservaringen, op het gebied van de wolf dan.
Citaat 22, blz 134. “Om geen tijdrovende uitleg e hoeven geven aan de Blancks, was hij naar de poort gegaan, waar hij het team wilde opvangen. Dat arriveerde vrijwel tegelijkertijd met de door Blanck opgeroepen gendarmes, vier man in een kleine, geblindeerde bus.”
Doordat hij de wolven belangrijker vindt dan meneer Blanks, was hij van plan snel naar de poort te gaan om het team op te vangen. Hij had geen zin om tijd te vertellen tijdens een uitleg.
Citaat 23, blz 136. “Tijdens de rit naar het wildpark roerden zij geen van beiden onverklaarbare aanslag op Erwin Waldschade aan. Zij spraken alleen maar over de wolven.
De aanslag op Erwin Waldschade ontging hun een beetje. Ze dachten veel meer aan de wolven.
Citaat 24, blz 163. “Sinds zijn wolvenberichten had hij zich niet meer zo betrokken gevoeld bij een stuk voor de krant.
Dit kan je zien als vergelijking hoe interessant dat andere stukje in de krant dan wel niet was.
De persoonlijke beoordeling
Het boek ‘Fenrir, een lang weekend in de Ardennen’, vond ik niet echt leuk om te lezen. Dit kwam vooral doordat er veel verschillende verhaallijnen door elkaar lopen wat het nogal complex maakt. Maar aan de andere kant, is het wel heel knap hoe Haasse dit gedaan heeft. Het boek heeft geen ontknoping, het is aan de lezer om alle puzzelstukjes in elkaar te zetten. Dat is mij dus niet gelukt. Er zijn nog zoveel vragen aan het einde. Dat vind ik zelf aardig frustrerend. Ik lees een boek om het ingewikkeld te zien worden, en dan moet het opgelost worden, ik wil een antwoord. Als het boek dan eindigt terwijl er nog een heleboel vragen onbeantwoord zijn gebleven, is dat voor mij toch wel een behoorlijke teleurstelling.
Het boek had echter ook goede kanten. Het speciale aan het boek is naar toch wel het motief: de wolf. Ik vind het meesterlijk hoe Hella S. Haasse dit in de vele verhaallijnen weet te verweven. Matthias Crone die volledig in de ban is van wolven; Edith Waldschade die zelf een drietal wolven houdt; de wolf Fenrir op een groots schilderij in de villa Breidablick; en tot slot, wat ik zelf nog het mooiste vind, Erwin Waldschade, die zichzelf een 'lone wolf' noemt, heeft een wolfsmond, ofwel een hazenlip, stookt de familieleden tegen elkaar op en besluipt steeds iedereen van achteren. Hij is in het verhaal dus een wolf in een mensenlichaam. Kortom; vrijwel alles in het verhaal heeft verband met wolven, zowel letterlijk als figuurlijk en zowel direct als indirect.
De personages in het boek vind ik heel duidelijk gekarakteriseerd. Iedere persoon heeft zo zijn eigen ideeën, interesses en eigenaardigheden. Ze zijn elk uniek, en dus duidelijk van elkaar te onderscheiden. Juist deze verschillen in opvattingen en denkbeelden zorgen voor grote meningsverschillen tussen de personen, en veroorzaakt het familiedrama van de Waldschades.
De verschillende soorten teksten die in het verhaal gebruikt zijn, maken dat het verhaal heel afwisselend is, en de verschillende verhaallijnen duidelijk van elkaar gescheiden blijven. De brieven van Edith bijvoorbeeld; deze laten haar kijk op de gebeurtenissen op Breidablick zien, terwijl de ‘gewone’ tekst meer laten weten over de visie van Matthias.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.
1. Fenrir
2. Fenrir
3. Fenrir
4. Fenrir
5. Fenrir
6. Fenrir
7. Fenrir
8. Fenrir
9. Fenrir
10. Fenrir
11. Fenrir
Er gaan stemmen op voor een vuurwerkverbod met Oud & Nieuw. Vuurwerk zou alleen nog mogen afgestoken worden door professionals. Goed idee of niet?