Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 6VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 978 |
Opvragingen: | 51 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (47 stemmen)
Titels van Renate Dorrestein
Buitenstaanders (33) 1983 Echt sexy (3) 2007 Een hart van steen (50) 1998 Een nacht om te vliegeren (6) 1987 Een sterke man (9) 1994 Heden ik (5) 1993 Het duister dat ons scheidt (22) 2003 Het geheim van de schrijver (0) 2000 Het hemelse gerecht (25) 1990 Het perpetuum mobile van de liefde (10) 1988 Korte metten (1) 1988 Laat me niet alleen (0) 2008 Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor (6) 2006 Noorderzon (9) 1986 Ontaarde moeders (16) 1992 Verborgen gebreken (51) 1996 Voor alles een dame (0) 1989 Vreemde streken (1) 1984 Want dit is mijn lichaam (19) 1997 Zolang er leven is (8) 2004 Zonder genade (19) 2001
Laatst gewijzigd op 27 september 2003
Beknopte analyse
Titel, ondertitel en motto
De titel van het boek, Zonder Genade, slaat op de vergelding die Phinus wil nemen nadat zijn zoon is gestorven. De eerste op wie hij zich wil wreken is de dader, Marius H., maar die wordt veroordeeld tot 'slechts' drie jaar. Daarna wreekt hij zich op twee meisjes in Aduard en twee jongeren in een Amsterdams café.
Het boek is opgedragen Voor Frans, voor nu, en voor Elisabeth en Barbara, voor later.
Genre
Het boek is een psychologische roman, de gevoelens en emoties van met name Phinus en Franka staan centraal.
Thema en motieven
Het thema in het boek is hoe men de dood van een kind moet verwerken. De hoofdpersonen Phinus en Franka gaan beiden op een andere manier om met hun verdriet.
Franka denkt veel na over de dood van Jem, ze praat er veel over met betrokkenen en ze geeft zich over aan haar verdriet. Hierdoor verwaarloost ze wel haar uiterlijk, het huishouden en alles waar ze vroeger interesse in toonde, bovendien begint ze aan slapeloosheid te lijden.
Phinus sluit zich af van het rouwproces, hij wil er niet over praten en wil dat het leven gewoon doorgaat. Hij wil bovendien dat de moordenaar van Jem een rechtvaardige straf krijgt. Phinus heeft een groot schuldgevoel en is opzoek naar vergelding, wat hem overigens niet lukt. Hij beziet alle jongeren in een negatieve zin, hij vindt dat zij het recht niet hebben om door te leven aangezien Jem dat ook niet meer kan. Uiteindelijk ziet hij in dat hij zich wel moet overgeven aan zijn verdriet en dat gebeurt op het einde dan ook.
Motieven in het boek zijn dus de schuld en vergelding. Maar ook de kinderloosheid is een motief. Phinus beschouwt zichzelf als iemand zonder voor- en nageslacht. Ook spelen speelt is een belangrijk motief. Phinus werkt bij Jumbo en spelletjes spelen voor hem een grote rol, hij schets zijn werkelijkheid af naar een spel. Alleen is het leven geen spel en dat merkt Phinus maar al te goed waarneer Jem gedood wordt. De dader heeft Jem ironisch genoeg vermoord omdat deze het verlies van een spel cricket niet kon verkroppen. De drie delen zijn betiteld met spelfragmenten: In de put, Memory, Ga terug naar af.
Symbolen en Beelden
Het horloge vormt een symbool in het boek. Het is een horloge dat Phinus van Franka heeft gekregen en het staat symbool voor zijn trouw. Phinus geeft zijn horloges aan de twee meiden, Astrid en Melanie, wanneer ze in de auto zitten bij Aduard. In het bouwvallige huisje heeft Franka het horloge in haar hand, maar ze smijt het op de grond.
Opbouw, structuur en spanning
De roman bestaat uit drie delen. Deze zijn respectievelijk opgedeeld in vijf, twee en drie hoofdstukken. De titels zijn op dezelfde wijze opgebouwd. Ze beginnen telkens met het lijdend voorwerp wat en dan een onderwerp en ten slotte een persoonsvorm (Wat Franka verloor). Soms is er nog wat tussengevoegd (Wat geld volgens Phinus vermag).
Het verhaal wordt niet chronologisch verteld, het verleden en het heden lopen door elkaar. Het verhaal wordt grotendeels door Phinus' ogen verteld, die bij het minste of geringste wordt herinnerd aan Jem. Deel twee speelt zich vrijwel geheel in het verleden af. Hierin wordt de nacht van de moord beschreven, de verhouding van Jem met Sanne, de begravenis, motief van de dader en de verwerking door de ouders. De verhaallaag van het heden loopt als een rode draad door het verhaal, het paasweekend in Aduard.
Met behulp van de vele flashbacks bouwt Dorrestein de spanning erg goed op.
Personages
Het verhaal wordt beschreven door Phinus Vermeer's ogen, hij is logischerwijs het hoofdpersonage. Hij is een wees en opgevoed door zijn twee tantes: Irmgard en Leonoor. Zij voedden hem liefdevol op, maar leerde hem niet zich te wapenen tegen de harde wereld. Hij loog al van jongs af aan, omdat hij zich beter voor wilde doen bij zijn tantes dan dat hij was. Phinus beseft op het einde van het boek dat hij is stil blijven staan in zijn jeugd, dat hij de enige was die nog in zijn sprookjes geloofde. Jem was die fase allang ontgroeid. Phinus sluit zich af van het rouwproces. Hij heeft een groot schuldgevoel en is opzoek naar vergelding.
Franka Vermeer is 38 jaar. Ze werkt als begeleidster van probleemjongeren, ze vangt ze zelfs thuis op. Ze is verzot op legpuzzels. Ze is open, trouw, knap en origineel. Franka geeft zich compleet over aan het rouwproces, waardoor ze zichzelf verwaarloost.
Jem Vermeer is de zoon van Franka en haar overleden man. Hij draagt een bril en is (dankzij zijn vader) een spelletjesfanaat. Toen hij jonger was werd hij gepest, omdat hij geen gameboy had. In de puberteit wordt hij vegetariër en zet zich in voor het milieu, hierdoor distantieert hij zich van zijn vader. Hij had verkering met Sanne.
Tijd
De vertelde tijd beslaat nog geen twee dagen. Het begint met het weekend naar Aduard, Franka en Phinus vertrekken op Goede Vrijdag. Het verhaal eindigt zaterdagavond wanneer Phinus in de cel zit.
De flashbacks bestaan uit gebeurtenissen uit Phinus' jeugd, wanneer hij nog bij zijn tantes woont, maar voornamelijk uit gebeurtenissen toen Jem nog leefde.
Perspectief
Het boek heeft een auctoriaal perspectief. Er is sprake van een alwetende verteller, die weliswaar veel door de ogen van Phinus Vermeer vertelt. Het auctoriale perspectief kun je duidelijk herkennen aan de titels.
Ruimte
Het verhaal speelt zich grotendeels af in Aduard. De flashbacks vinden vooral plaats bij Franka en Phinus thuis en bij het huis van Phinus' tantes.
Taalgebruik en stijl
Dorrestein maakt gebruik van een zeer duidelijke schrijfstijl, ze gebruikt geen moeilijke woorden. Ze heeft het ook over actuele dingen in haar roman, zoals sms'jes versturen en ze heeft het ook over computerspelletjes en tv-programma's. Door de voortdurende flashbacks laat ze steeds iets meer informatie los, waardoor het boek tot het eind leuk blijft om te lezen.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen